Wolfsblog
Laatste artikelen
 
Ach, elke gemeenschap zal er wel eentje in haar midden hebben. De beroepsklager. De professioneel ontstemde burger. De zeiksnor. De ik-ben-tegen-stemmer. De schreeuwer. De notoire brievenschrijver en klachten-indiener. De ophitser. De zuurkijker. De mens die geen leven heeft en het als levenstaak heeft opgevat te verhinderen dat anderen dat wel hebben. 
 
Dit is de mens die overlast ervaart van bomen, dieren, anderen, onkruid, kinderen, jongeren, ouderen, voorzieningen, gebrek aan voorzieningen; kortom aan alles wat voorbij zijn eigen oprit gaat en misschien zelfs dat niet. 
 
Onze Boze Buurman heeft een vrijstaand huis met een stenen achtertuin die grenst aan de onze. Hij kweekt zangvogels. 
Toen wij onze plannen tot het houden van kippen ontvouwden, had hij geen bezwaren - wij beloofden hem ons surplus aan eieren, want zo lagen de verhoudingen toen nog.
Wel wees hij ons op het geklingelklangel van mijn windvanger; inderdaad een gevoelig windvangertje maar met een heel verweg geluidje, alsof je van een berg klokjes hoort rinkelen. 
Enfin; die klingelklanger, als daar eens iets aan gedaan.... 
Wij haalden braaf de klingelklangel weg. En nee, géén haantje!
 
Niet lang daarna kwam de Buurman bij ons binnenlopen - dat kon toen nog - om eens te komen praten over: de mussen. Dat er wel erg veel mussen in onze tuin zaten. En dat die bij hém alles onderscheten. En dat die mussen dus maar eens moesten verdwijnen, dus of wij eens wilden ophouden met de hele tijd de vogels te voeren! 
Het is dan weer opmerkelijk dat zulk een gesprek wordt ingeleid met: "Ik weet dat jullie van dieren houden en dat doe ik ook, MAAR..."
En dan blijkt dat die liefde voor dieren voornamelijk de in kooitjes gehouden exemplaren betreft wier in- en output nauwkeurig gereguleerd kan worden. 
 
Ik was not amused. Eerst is het de klingelklangel, nu zijn het de mussen. We hebben al afstand gedaan van Catootjes die haantje bleken te zijn.
Deze man zal niet ophouden, elke navolging van zijn eisen zal nieuwe eisen tot gevolg hebben. 
Ik verplaatste mijn voedertafel naar een plek die niet zichtbaar is vanuit het huis van de Boze Buurman of de straat. 
En vanaf dan hielden we ons achtertuinhek op slot. Ik was het beu dat die gast te pas en te onpas binnen kon komen lopen om zijn klachten te spuwen. 
 
De klingelklangel. De mussen. De genderdysfore hen. 
En dan de klapper. De man draagt een hoortoestel. Dat hoeft ie maar uit te zetten en de wereld is weer aangenaam rustig. 
Maar rust, dat willen de Boze Buurmannen van deze wereld niet. En dat willen ze ook niet dat anderen krijgen. 
Dit is de wereld van de mensen met overlastgevende bomen. Hinderlijke vogels. Ergerniswekkend onkruid. 
Zij hebben zo hun manieren om hun azijnen wil door te voeren.
Daarover later meer. 
 
Reacties (7)
 
Kleine Catootjes worden groot, kuikentjes worden hennen en hanen. Onze kuikens hielden zich keurig aan het gemiddelde van evenveel hennen als hanen. Dat betekende enkele keren afscheid nemen. Soms was dat moeilijk . "Mijn" eerste kuikentje bijvoorbeeld, dat eerste donsje wat ik in mijn hand had gehouden en onder de warmtelampen grootgebracht, bleek een haan. 
Maar we hadden het de buurman beloofd; geen hanen. 
We mochten enkele haantjes ruilen voor even oude hennetjes. Zo kwam het aantal Catootjes in de kippenren uiteindelijk op vier. 
 
Wat moet je echter met een volbloed hen die zich gedraagt én er uitziet als een volbloed haan
 
Eén Catootje  uit de eerste lichting kuikentjes ontwikkelde een weelderige verentooi in de mooiste kleuren. 
We lieten haar onder de veren kijken door een kenner. 
Het was écht een hen. 
Catootje Wel-een-Hen leerde kukelen. Eerst een malle schorre kraai, waar we hard om moesten lachen. Maar ze bleef oefenen. En nog meer oefenen. De kraai werd een steeds mooiere en overtuigendere kukel. We haalden er meer experts bij. Iedereen die haar zag, zei direct: ja maar. Da's toch overduidelijk een haan!
"Ja, maar wil je toch eventjes onder de veertjes gluren?" 
Verbluft: "Nee maar verdomd, da's een hen!" 
 
Inmiddels kukelde ze zó goed, dat we bezoek kregen van de buurman. 
"Ik meen dat wij afgesproken hadden... " 
"Klopt buur, maar: dat is een hen en geen haan." 
Misprijzende blik op onze uitbundig gevederde hen. 
"Buur, we hebben gelezen dat als er geen haan bij hennen is, soms een van de hennen de taak van de haan overneemt. En zelfs kan gaan kukelen. Maar echt, zij is een hen!" 
"Zoiets idioots heb ik nog nooit gehoord en die haan gaat weg!"
"Is een hen!"
"Is een haan!" 
 
Vanaf dan was het oorlog. 
 
Daar ontstond zoveel spanning door, dat we uiteindelijk moesten besluiten om onze Catootje Transgender toch weg te brengen.
Ons werd verzekerd dat Cato Wel-een-Hen een goed leven kreeg en we kenden de man en we kenden de riante omgeving waar zijn dieren verblijven. 
Troost genoeg maar het was evengoed een droeve dag. 
De dag dat onze genderdysfore Catootje weg moest. 
 
Reacties (3)

 
 
Ik las "De Kippenencyclopedie" van kaft tot kaft, en nog een hoop andere publicaties meer. 
Ik zat een uur in een hobbyhouderkippenstal om te ontdekken of ik allergisch was voor kip, hun woonstee of overigen. 
Alle tests doorstaan hebbende, kreeg ik groen licht voor: het houden van KIPPIES!!
 
De eerste kuikentjes kwamen eigenlijk wat overweldigend binnen.
We wisten toen nog niet dat dit eigenlijk wel perfect past bij het fenomeen "kip".
Op onze allergietestlocatie waren juist kuikentjes uitgebroed. Natuurlijk wilden we die zien! 
In een soort oventje zagen we pas uit het ei gebikte donsjes.
Elders in de stal stond een doos onder een verwarmingslamp. Daar zaten van diezelfde pas uitgebikte donsjes op te groeien. 
We mochten er ieder eentje even vasthouden. Mijn geluk steeg tot ongekende hoogten.
En dan: "je kan d'r een paar krijgen als je wilt, deze zijn klaar voor De Wereld". 
 
 
 
We kregen kuikentjes! Zes!
 
Allerijlst werd een kuikenkamer ingericht in onze voorkamer. De doos waarin onze kuikentjes getogen waren, bootsten we zo goed mogelijk na. We kochten verwarmingslampen en voer, we richtten een grote geïsoleerde kist in als babykamer, we maakten van de babykamer een kuikenparadijs en we gingen terug om onze kuikens op te halen; eerst twee en later nog vier - dat waren er meer dan onze bedoeling was, maar, zei de broedmeester, een op twee is een haantje en daar kan je echt niks mee later. Dus bij zes kuikentjes is de kans op drie hennen aanwezig. 
 
We legden onze plannen voor aan onze buurman. Die vond het prima, vermits er geen haan bij zou zijn. Welnu; ik had allang gelezen dat een haan geen vereiste is bij hennen voor het leggen van eieren of het vinden van geluk, en de aanwezigheid van een haan leek eerder storend dan nuttig. Dus nee: geen haan. 
'Wat' onze kuikentjes waren, dat kon zelfs de expert op dat moment nog niet vertellen. 
Dat "gender" bij kippen een zeer flexibele aangelegenheid is, heb ik nergens in de literatuur ooit gevonden. Maar ik zeg je dit, en je zult gaan lezen waarom ik dit durf stellen. Kippen zijn zeer genderflexibel. 
 
Daar zaten we dan, met zes kuikens in een enorme doos onder een warmtelamp in de voorkamer. 
En een Duitse Herder op te voeden tot meer dan sociale omgang met de kippies: de kippies maakten vanaf nu deel uit van ons roedel en dienden derhalve beschermd te worden, niet opgevreten. Evenmin waren het speeltjes. 
 
Ik kan maar één ding benoemen wat echt bij kuikens hoort - en wat later gewoon de norm bleek te zijn onder kippen. 
Die beesten houden geen moment hun snavel toe! Geen moment! 
Waarom heten piepkuikens piepkuikens? Omdat ze piepen, piepen en piepen, vierentwintig uur per dag, zelfs in hun slaap piepen ze door! 
 
Zo hadden we een piepkuikencréche onder een warmtelamp en zes minidonsjes om voor te zorgen. 
We noemden ze Catootje. 
Ja, alle zes. Kippies heten nu eenmaal Cato, en de nuances in naamgeving zouden later wel volgen. 
 

Reacties (3)

 

Het was even goed kijken wat het eigenlijk was. Leek een koekoeksjong daar op de voedertafel.

Was geen koekoeksjong. Was een vreemde mus. Een jonge, met het formaat van een reus. Je ziet het niet op de foto, maar hij was anderhalf keer zo groot als een normale mus.

Het gedrag van deze koekoeksmus, die we Billie noemden, verklaarde al snel alles.

Billie zat een dag lang, van zonsopkomst tot zonsondergang, op de voedertafel. Hij at. Nee: hij vrat!
Hij baadde in het voer. Hij wentelde zich in de zaden, jongleerde met de kaassnippers. Gedroeg zich als een hollander op een cruise-schip. Hij at en hij at en hij at en hij at en hij at nog wat meer. Hij zwolg in het voer. Billie pakte niet iets van de voedertafel; Billie woonde op de voedertafel. Soms liet hij zich ook wel even op de grond vallen voor het oppikken van wat verloren zaadjes. Daarna plofte hij terug op de tafel. Hij had opwaarts zichtbaar moeite met de zwaartekracht.
Andere mussen kwamen en gingen, Billie bleef. Billie at.
Andere mussen naaiden eruit als er alarm was - Billie bleef en at.

Billie zat dik, vadsig en vooral heel gelukkig, zijn grande bouffe uit te leven.  

Ach, zoveel gelukzaligheid. Je zag de bui al hangen, dat kon niet blijven duren.

Wij hebben een andere, vaste, tuingast. Een jongedame Sperwer. 


... ...

We zagen Billie Mus na die ene glorieuze dag nooit meer terug.

Maar in die ene dag heeft hij wel geschiedenis geschreven.








Reacties (9)

Het idee is even simpel als geniaal.
"Pick up One Piece of Trash a Day". 
 
Je kunt de wereld niet veranderen. Je kunt niet voorkomen dat lieden afval dumpen alsof het ochtendplasjes zijn. Dat ze nog eerder helsche tochten het woud in ondernemen om daar in het holst van de avond hun rotzooi neer te werpen dan dat ze even naar de vuilstort rijden met die aanhanger. Dat ze hun hond midden op de stoep laten schijten en er zelf hetzelfde aan hebben. Dat het junkfood van McDonald's wegwerpvoedsel is waarvan dan ook de verpakkingen steevast weggeworpen worden. 
Ik zag bij de lagere school moeders in auto's, kind op de achterbank, weer en geen weer, kind hoeft echt niet die vreselijke frisse lucht te verduren; ma rookt en hoest, auto rookt, kind gaat het schoolplein op, ma leegt nog even de asbak midden op straat en scheurt er vandoor, zonder op- of omkijken, zonder enige mate van besef van een wereld rondom de hare waarin andere levensvormen hun rechten hebben, of medemensen, of de kinderen van haar kinderen. Of van "voorbeeldfunctie". 
 
Als dagelijks bezoeker van de natuur kom je elke keer weer pijnlijke voorbeelden van achtergelaten rotzooi tegen. 
Soms te bizar om over na te willen denken. Zo troffen we onlangs zeven matrassen in een bos.
Maar meestal banaal, dom, lui afval. 
In al zijn luie banaliteit de pest voor flora en fauna. 
 
Het is mooi dat er heel wat initiatieven zijn om eens per zoveel tijd met groepen betrokken lieden uit te rukken met vuilniszakken en grijpers. Zeker wanneer dat acties zijn waarbij ook kinderen betrokken zijn. Als de ouders niet bereikbaar zijn, bereik je de kinderen misschien wél.
Maar het bleef bij me wringen. Tot ik las over dat prachtige idee van One Piece a Day. 
 
Dit is wat je doet.
Elke dag één stuk afval oprapen, meenemen en wegwerpen op een daartoe aangewezen plek. 
 
Sinds ik begon, is mijn Stuk van de Dag een vast onderdeel van mijn dagelijkse patronen. 
Soms zie ik meer stukken op dezelfde dag. 
Dat mag wel mee. Maar het telt niet als Stuk van deze dag en we doen niet aan opbouwen van reserves. 
 
Zo wordt ergernis een game. 
Zo heb je toch een beetje het idee dat je iets kan doen, in jouw directe omgeving.
 
Soms moet je even durven vergeten hoe groot en kwetsbaar de wereld is. "
Anders verloor je misschien wel je moed. 

Reacties (4)

Tussen twee slijmbeursontstekingen in werd ik de trotse eigenaar van een Canta.

Een Canta Exclusive Plus. Ferrarirood, uiteraard. Tenslotte is de Canta ontwikkeld door coureur en racewagenmonteur Dick Waaijenberg en het hart van élke Canta - een 200cc Honda-motortje - is rood. Ferrarirood. 
Het stuur is trouwens ook een racestuur. Niet voor de stoer, maar omdat dit een betere grip geeft. Voor bijvoorbeeld mensen met gewrichtsaandoeningen. 
Mijn Canta heeft het gaspedaal links. Mijn grootste makke is dat de rechterachterpoot niet altijd betrouwbaar is en zomaar dienst kan weigeren op een onverwacht moment; dat wil je niet meemaken midden op een drukke kruising. 
[De aanschaf van de Canta was van vóór Danny.]
Mede daarom viel de 'normale' 45- km-kar af. Hoewel ik daar geweldig leuke pick-up modellen in heb gezien!
 
Jaren geleden was ik al getipt over de Canta, door Es van Essen. Toen was ik daar beslist nog niet klaar voor. 
Na de verhuizing van drukke stad naar bijna buitengebied in Limburgs dorp evenwel, werd het zelfstandig kunnen verplaatsen een urgenter issue. 
 
Helemaal gewonnen voor de Canta was ik na het zien van Het Nationale Canta Ballet [waar Es ook aan deelnam]. 
Welk een ontroerend en stijlvol samengaan van Nationaal Ballet en 'gehandicaptenvehikel'. Niks 'gehandicaptenvehikel'! De Canta is een sierlijke ballerina die rondjes kan draaien in een cirkel die de gemiddelde omvangmatig uitgedaagde mens niet haalt!
 
Waaijenberg kwam, in de persoon van Arno, aan huis met een dummy Canta. Met Arno maakte ik een proefrit. 
Kijk nog eens goed naar de foto van de Canta en stel jezelf daar voorin twéé volwassenen voor waarvan één [Arno] best wel reusachtig groot is. En dan nog is er achterin ruimte voor een blije Duitse Herder!
De proefrit ging wonderbaarlijk soepel; zo moeilijk te hanteren is de Canta tenslotte niet. Het leuke is dat de Waaijenberg dummy al een heleboel aanpassingen ingebouwd heeft, zodat de klant meteen voelt hoe het rijdt op zíjn aangepaste wijze. 
Ik was om. Mijn spaargeld daarna ook. Maar de Canta kwam. 
 
Je hebt geen idee hoe hard "45 km/u" is voor iemand die nooit van het fietspad af kwam. 
 
Slakkegangend kwam ik de eerste ritten door; paniek overviel me bij het zien van elke andere gemotoriseerde medeweggebruiker; keer op keer vluchtte ik het fietspad op  - waar de Canta óók mag rijden - en herhaalde malen zette ik mijn vehikel stop en weigerde nog langer door te rijden, waarop mijn lief het stuur mocht overnemen. Mijn Canta heeft zowel links als rechts een gaspedaal. 
 
Na twee weken reed ik, helemaal alleen op een moedig extra rondje, in een snel ingevallen donker, mijn Canta total loss
 
Ja.
 
Ik kwam er zelf genadig af met een milde hersenschudding. 
 
Waaijenberg vroeg wat ik wilde. Een nieuwe Canta of mijn prakkie terug.
Ik wilde mijn prakkie terug. Dát was míjn Canta.
Waaijenberg ging er voor!
 
We zijn zelf mijn herboren vehikel gaan ophalen in Veenendaal. Kregen we een rondleiding door de fabriek, geweldig. Mijn rooie schicht werd op de aanhanger gezet en sinds thuiskomst heb ik niet alleen geen brokken meer gemaakt, maar rijd ik steeds sneller, steeds kalmer, steeds soepeler, naar bos en veld, naar dorp en overige bestemmingen. Niet meer op het fietspad. Gewoon op de weg. 
 
Men is hier niet bekend met het fenomeen Canta. Ik trek veel bekijks. Dat zal wel slijten, mij dunkt. Leuk vind ik die aandacht niet, maar tegelijkertijd heb ik liever dat ze om me lachen dan zich aan me ergeren. En de Canta heeft een hoog "whahaha wat is dat"- gehalte hier op 't plaattelaaend. 
 
Ik heb vrijheid en een enorm vergrootte actieradius. 
 
Mijn kleine rode vehikeltje, mijn prima ballerina. 





Reacties (7)

Ik was het beu. Het lopen met de stok, de terugkerende slijmbeursontstekingen door overbelasting van de schouder mede door die stok; de vracht pillen, de beperkingen. 

Zou er niet een soort van brace kunnen zijn die de brakke poot genoeg steun gaf om zonder stok te kunnen lopen? 

Ik wendde mij tot Orthopaedie2000.

 

Bij Orthopaedie2000 zat een wizzard die na tien minuten bestudering van mijn lopen en achterpoot, meer over de manke poot kon vertellen dan ik zelf zelfs wist, en alles klopte. 

Ja, hij kon me een brace aanmeten waarmee ik vele malen beter zou kunnen lopen dan nu. 

Maar hij wilde eerst eens overleggen met een expert. Misschien kon er nog een mate van herstel worden bereikt zonder brace, en die brace kon dan daarna nog aangemeten worden. 

 

Zo werd ik opgeroepen voor intercollegiaal overleg bij een revalidatie-expert in het AZM. 

Daar was ook de instrumentenmaker van Ortho2000 bij en een orthopedisch schoenmaker.

Gedrieën beschouwden zij mijn lopen en achterpoot, staken de hoofden bijeen, kwamen tot dezelfde conclusie: Danny!

 

Danny is een revalidatie-fysiotherapeut gespecialiseerd in complexe gevallen. 

Danny is nog veel meer dan alleen dat, maar dit is waarom ik bij hem terecht kwam. 

 

Danny aanschouwde, bleek dezelfde wizzard-capaciteiten te hebben als de man van Ortho2000 en méér. Hij beloofde me dat we die poot een heel stuk beter functionerend konden krijgen. Niet honderd procent goed, maar wat wilde ik zelf bereiken?

Ik wilde weer vrij kunnen lopen, lopen zoals vroeger, hele einden, uren, en zonder stok. 

We stelden onze doelen en Danny ging aan de slag. 

Ja hoe? Ik weet niet wat ie allemaal deed en doet. Massage, dry needling, een krak hier en een krik daar. Oh, ik heb best wat liggen joekelen daar, snertmetwortelstamp wat deed dat zeer.  Oefeningen voor mij; oefeningen die ik op elk moment van de dag en de nacht uitvoerde, nauwgezet en voortvarend. 

Ik leerde weer lopen. 

In het begin liep ik zoals je loopt wanneer je bij elke stap moet nadenken over hoe het lopen moet. Probeer dat maar eens zelf [grijns]. 

De actieradius nam toe, eerst moeizaam, later steeds meer en steeds sneller. 

Ik kreeg andere medicatie. Pijnvrij zal het nooit worden, maar met medicijnen met minder of geen bijwerkingen nam óók de verbetering toe. 

Ik liep en liep en liep. Op vlakke grond, op brakke grond, door modder, door veld, over gladde stenen, over stroef plaveisel. Omhoog en omlaag. Langer, sneller, vaker. 

 

Op vakantie in Friesland en de Achterhoek begon ik de stok ook weg te laten in plaats van mee te dragen. 

Na die vakantie, met een topper - zij het per ongeluk - van een wandeling van drie en een half uur door de Rottige Meenthe, wierp ik de stok definitief in een kast. 

 

Wolf loopt weer

Wolf krijgt gewoonweg geen genoeg van het lopen! De vrijheid terug! 

 

Is de poot zoals die was voor het ongeluk in 2007? Neen. Medicatie heb ik nog steeds nodig, pijnvrij zal het nooit worden; stukke zenuwen blijven stuk en er schijnen vreselijke dingen te zijn gebeurd daar binnen in mijn achterpoot - de experts van hierboven waren daar zeer eenduidig in. Een honderd procent herstel is onmogelijk. 

Maar ik loop. Zonder stok! 

Ik heb de best denkbare wandelschoenen, en een supphosekous voor wat ondersteuning. Sorry Ortho2000, een brace komt er niet. 

Vier jaar geleden liep ik met moeite twintig minuten. 

Nu is anderhalf uur stevig doorwandelen normaal. En van Danny moet ik doorgaan met uitbreiden van die actieradius, dus dat doe ik.

 

Waar niemand in gelooft behalve ikzelf, is het doel dat ik mij heb gesteld - is het niet voor 2016, dan is het voor 2017 - : De Kennedymars lopen

 

Te hoog gegrepen? Te hoog ingezet? Ya bet! U ain seen nothing yet! 

En als ik daar een badge voor krijg, die Kennedymars die ik ga lopen, dan gaat die naar Danny's praktijk, en Ortho2000 krijgt een foto ervan. 

Reacties (13)

Er is een vileine heilwens in omloop die luidt: "Moge je leven in interessante tijden". 

De mythe wil dat je met deze wens een ander een leven in chaos en oorlog toewenst. Zoals wel meer wat mystiek moet schijnen, wordt het toegeschreven aan de oude Chinezen, maar dat blijkt bij nader onderzoek onzin. 

Wel hebben de Chinezen een gezegde dat ongeveer zo luidt: "Ning wéi tàipíng quǎn, mò zuò luàn lí rén". 

Voor wie, net als ik, het Chinees minder goed machtig is; dit kan worden vertaald als: "Beter een hond te zijn in vredige tijden dan een mens in chaotische tijden". 

 

We leven in verdomd interessante tijden. 

 

Dat vast te stellen op een moment dat stromen mensen op de vlucht geslagen de wereld over wankelen, verdrinken, worden gebombardeerd, geëxecuteerd, gemarteld, vermoord, misbruikt, geïndoctrineerd, gerecruteerd, geweigerd, bedreigd, mishandeld, opgeblazen - lijkt te vragen om een mening

Want tegenwoordig heeft iedereen te allen tijde over alles een mening

Ik niet. 

Ik zie, ik lees, ik luister. Ik kijk. Ik huiver. Ik word boos, bang, verdrietig, blij ook soms. Ik voel heel veel en ik denk over heel van wat ik zie een heleboel. 

Maar ik heb geen 'mening'. 

Laat me dit toelichten aan de hand van de bloemetjes en de bijtjes. 

Ik houd van alles wat bloeit & groeit en ben altijd bezig met leren op gebied van determinatie en herkenning van soorten. 

Vroeger - jaja, vroeger - was een mooi geel bloemetje in het veld een: "Kijk es wat een mooi geel bloemetje!" "Wat is het? " "Uh - een mooi geel bloemetje!"

Tegenwoordig kan een mooi geel bloemetje een halve determinatiegids uitpluiswerk betekenen en dan héb je je gele bloempje gevonden en je leert het uit je hoofd en de volgende keer dat je dat gele bloempje ziet, denk je: he, daar heb je die-en-die-gele bloem! ... Of is het nou net iets anders? Is dat wel hetzelfde gevederde naafje en heeft die kop wel evenveel haartjes?  Is het geel wel even geel? Is die stengel niet een centimeter langer? Heeft dat trosje wel evenveel besjes?

Vroeger had je hommels, bijen en wespen. Inmiddels weet ik dat er zo'n tweehonderdvijftig soorten hommels zijn; minstens twintigduizend soorten bijen en diverse soorten en families wesp. 

Hoe meer je weet, hoe moeilijker het wordt. 

Is kennis macht? Vaak lijkt kennis eerder onmacht. 

Veel is niet wat het op het eerste gezicht lijkt. En vaak is veel gewoon té veel. Ik denk een heleboel maar ik weiger me te storten in het uitwisselen van meningen. Daarvoor zijn zaken gewoon vaak veel te complex. Ik doe wat ik kan in de wereld waarin ik leef, en ik denk - en dat is denk ik wel een mening - dat het goed is voor een eenvoudig mens als ik, om niet de wereld te willen verbeteren maar liever in de eigen omgeving te werken aan Het Goede. 

Ik woon in een stukje Nederland waar de tweede wereldoorlog ongenadig hard heeft toegeslagen en waar het vooral in de laatste fase een enorme verwoesting werd. Ik hoor de verhalen. Hoe meer ik hoor, hoe meer ik besef dat ik nog nauwelijks iets weet. Maar de woorden van Leo Vroman weergalmen in mijn hersenpan als ik dezer dagen de krant lees, een nieuwsbericht beluister, Nu.nl open. "Kom vanavond met verhalen, hoe de oorlog is verdwenen en herhaal ze duizend malen - alle malen zal ik wenen". 

Desondanks ben ik een blij mens. 

Zonder de Grote Boze Wereld buiten te sluiten. Maar ik vind rust en vrede in de kleine wereld om mij heen: de natuur, de moestuin, de tuinen, de kippies. De binnenwereld. De wereld waarin boeken geordend in de kasten staan. Waarin voorraden van elk bevoorraadbaar materiaal op hun plaatsen staan. Waarin de klok ongeveer gelijk loopt maar vaker nog op VLT, en waarin treinen rijden want hoera vandaag stapte niemand voor in plaats van in de trein. 

Wat dan met die hond van daarboven? 

Ik denk soms dat ik wel de heppieste hond heb die er rondhuppelt. Dat beest is echt een en al vrede. Heppie als ze ligt. Heppie als ze loopt. Heppie-de-peppie als ze ons uit de race rent. Heppie als we weer eens paden bewandelen die helemaal geen paden bleken te zijn, in Echte Bossen waar geen gsm werkt. Heppie is her middle name. Vrijwel dagelijks passeren we nerveuze hondenbezitters [niet hetzelfde als baassies] die hun wafjes bijkans wurgen wanneer een andere hond passeert en oh - honden snuffelen onder elkaars staart en dat is vies, dus ... bahabahabah en AF!

Beter een hond te zijn in vredige tijden.  

Maar 's nachts, als alles verstomt en verstilt, dan ben ik blij dat ik een mens ben.

Dan kijk ik omhoog, naar de sterren. Ik weet wanneer de ISS overkomt. Ik ken de standen van de maan en ik herken een heleboel sterrenbeelden. Ziljoenen sterren ken ik niet. Dat gebrek aan kennis hindert mij niet. Ik kijk omhoog, naar de sterren. En ik besef dat wij maar een klein onderdeel zijn van een immens, onbegrijpelijk geheel. Daarboven is Ruimte. 

Als je maar lang genoeg kijkt, neemt de ruimte boven bezit van je en wordt de ruimte beneden minder mensig en meer hondig. 

Dan loop ik naar een van onze insectenhotels en check of de kamers bezet zijn. Dan noteer ik dat ik de kooltjes nog van de tuin moet halen. Dan zoek ik even op of het kwaad kan dat Catootje-Bruin aan het niezen is [ze legt nog wel]. En dan slobber ik mijn drinkje en leg mij te ruste. 

Reacties (4)

Ik heb een hond.
Ik heb een goudvis.
Ik heb een lief.
Ik heb kiezen die zomaar uit mijn kaak vallen.
Ik heb meer boeken dan ik mogelijkerwijs zal kunnen lezen in één leven.
[Dit alles niet noodzakelijkerwijs in die volgorde. ]
En ik heb Willem!

Willem is een vlieg.
Om precies te zijn: Willem is een huis- of kamervlieg, een musca domestica, behorende tot de echte vliegen.
[Volg die link; er gaat een wereld voor u open!]

Misschien was Willem er al voordat ik hem begon op te merken, maar feit is dat hij op zeker moment zo vrij werd in zijn doen [en steeds minder begon te laten] dat hij nadrukkelijk begon op te vallen.
De reactie van hond en lief daarop was de waarschijnlijk meest gebruikelijke reactie van andere levende wezens op vliegen. Ze probeerden hem tot ex-vlieg te bewerken.
Het was niet uit dwarsigheid dat ik dat niet wilde.
Ik merkte slechts op dat het wel een heel nette vlieg was, en ook een betrokken en actieve vlieg.
En dat het een beetje er bij gaat horen, zo'n vlieg, als-ie eenmaal serieus gedomesticeerd raakt.

Vandaar dat-ie een naam kreeg.
"Hee daar heb je Willem" klinkt toch leuker dan "Daar zit die verrekte rotvlieg weer"; ja toch?

Nader beschouwd is zo'n vlieg een wonder. Voor wie wil, zelfs een wonder van schoonheid en natuurkundig vernuft.
Voor wie niet wil, is-ie vaak lekker toch te snel .

Ondanks dat gelden voor Willem, net als voor mijn andere huisgenoten, regels.
Geen Willem op eten dat niet voor de afvalbak bestemd is, bijvoorbeeld.
Geen Willem op huid, haar, kop of bord.
Sowieso mag Willem best wat afstand bewaren want die kleine pootjes zijn snel van de kriebelige en men kan niemand een potentieel voor de kriebelaar fatale reactie op kriebel verwijten - wij zijn allen onderhevig aan primaire actie en reactie.

Enfin. Zo met duidelijke huisregels voor de huisvlieg, is deze een genoeglijke gast die met je meeleeft en meedoet.
Ik kan hem een ieder aanraden als huisdier .
Weinig verzorging nodig, geen geluidsoverlast, je hoeft er niet mee de deur uit en als je eens geen tijd voor hem hebt, dan zorgt-ie wel voor zichzelf.

Ik zal het je nog sterker vertellen.
Wij gingen zeer onlangs met de supersleurhut op pad.
Op de camping midden in het bos in de Flevopolder:  Willem! 
Op de camping van Staatsbosbeheer in Drente: eeeejjjj Willem!
En op de vertrouwde natuurcamping in de Achterhoek.... jawel,  Willem. Al had-ie daar een vriendinnetje uitgenodigd. Tegen de huisregels, maar Willem is toen zelf maar even buiten in het bos gaan kamperen.
Je moet zo'n beestje ook het zijne gunnen, en gelukkig was Willem op tijd terug om weer mee naar huis te gaan.

Natuurlijk raak je gehecht aan zo'n trouwe makker en het is dan ook schrikken als je leest hoe kort zo'n musca domestica gemiddeld leeft.
Maar dan blijkt dat die gemiddelden ook niets zeggen, want onze Willem gaat al een hele tijd mee inmiddels. Dus dat van dat korte leven is ook alweer runderpoep.

Boze geruchten dat mijn Willem echt niet steeds dezelfde Willem is, daar hecht ik geen geloof aan.







Reacties (37)

Ook al is het verre van een strenge winter, om vrienden voor lente en zomer te maken bij de tuinvogels is het zaak tóch goed te voederen!

Bovendien is het gewoon leuk om vogels te spotten en dan heb ik nog de luxe van het vergelijkend onderzoek; in Brabant komt een net andere populatie langsgesnackt dan in Limburg.

Op beide locaties volop mezen, mussen, merels, roodborst, vinkies - in Brabant vooral ook eksters en kauwen, die we in Limburg slechts zelden in de tuin spotten.

En dan in Limburg.....

 

 

"Zowheej! DA's 'n grote muis!" :O

"Of is het..."

..... "Euh.... dat is geen muis. Dat is een rat."

Om de verwarring van het muis of rat? werd de naam van de rat Mat.

Mat-de-Rat is een langslaper. Hij vertoont zich bij voorkeur tegen het middaguur voor een uitbundige lunch en zorgt dan meteen voor aanvulling van zijn voorraden. Zijn nest moet vlak achter de schutting liggen, tussen onze tuin en het schuurtje van de buren. Vief huppelt ie heen en weer met de bek vol vogelvoertjes en kaassies en appel en wat-verder-ter-tafel komt. Nu en dan een korte pauze voor een snelle knabbel, en dan weer voort, voordat de vogels alles opgevreten hebben!

Op mooie dagen komt ie tegen de avond nog een keertje kijken maar bij brak weer blijft ie lekker in zijn nest. Een verstandige rat - zoals het een goede rat betaamt want die beessies zijn slim!

[De eerlijkheid gebiedt mij te bekennen dat het vogelvoer tegenwoordig wat neigt naar knaagdierbehoeften!]

Mat is gaaf! Mat is super!Ik kan er naar blíjven kijken! :O}

 

Even plotseling als ie was gekomen, was Mat ook ineens verdwenen.

Geen voertje werd nog aangeraakt.

Ja, door de vogels.

:O\

Waar is Mat?? Wat is er gebeurd? Heeft iets of iemand dit slimme beestje tóch te grazen weten nemen? Kopzorgen!

Tenslotte besloot ik dat Mat het bij ons zo goed had gehad, dat ie vol vertrouwen de rést van de wereld was gaan verkennen.

Een tikje merkwaardige redenering maar voor mij logisch genoeg!

Het ga je goed, vrolijke rat!

 

Tot afgelopen zaterdag ik weer eens wat naar de vogelvoederplaats stond te staren.

Wat komt daar onder de schutting gepiept? Een grijs neusje en twee witgesokte pootjes en HUPPEE huppeldehup DAAR WAS MAT!

:O}}}}}

Alsof ie nooit was weggeweest!

En wat mij betreft, blijft dat ook zo!

[Enige huurdersvoorwaarde: Mat moet single blijven. Nou, zo moeilijk is dat toch niet! ]

 

 

Reacties (14)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl