Wolfsblog
Natuurlijk ben je op enig moment zelf aan de beurt. Je weet niet wat het gaat zijn. Ziekte, verlies, ontslag, een ongeluk, een onheuse aanklacht - de wereld, het leven, zit vol onverwachte wendingen en er is geen enkele reden waarom jij eraan zou ontkomen. Goed - nu was het mijn beurt en wel voor: een ongeval.
Je fietst op je gemak - want je bent lekker vroeg - op een wolkige dinsdagochtend op je fijne fiets-van-de-zaak [fietsenplan!] langs bijna verlaten straten [vakantietijd!]. Achter je komt een scooter aangeraasd. Scooterrijders, in het bijzonder puberscooterrijdertjes, willen al eens de neiging hebben om pesterig rakelings langs je af te scheuren en je daarna nog even lekker te snijden - leuk, suffe fietsers treiteren!
Deze scheurde niet slechts rakelings langs me af, deze kwam vast te zitten aan mijn jas of tas - aan mij! Een keiharde ruk, schuivende voertuigen, we gaan gezamelijk over de kop en worden twee kanten tegen de straat opgeslingerd. Een enorme klap en een buiteling. En dan maken dat je overeind komt en weg van die straat, die normaliter op dit tijdstip de drukste van de stad is. Auto's gaan acuut op de rem. Iemand neemt de fiets over en ontkreukt hem een beetje; je strompelt terug om nog wat losse dingen op te rapen, het meisje van de scooter, een heel jong meisje nog zo te zien, staat hysterisch te huilen en is in geen tijd omringd door mensen. Waar komen die allemaal zo gauw vandaan? Ik tril zo hard dat ik me aan een busje moet vasthouden om te blijven staan. Ik strompel naar mijn fiets voor het pakje sigaretten. Op zulke momenten ben ik blij dat ik rook! Ik bied het hysterische meisje een peuk maar die hoeft ze niet; nu pas komen er ook omstanders bij mij kijken. De schade lijkt wonderbaarlijk beperkt. Meisje heeft niks. Scooter heeft niks. Fiets lijkt redelijk in orde. Maar wat is er toch met mijn been? Ik trek voorzichtig de broekspijp op en schrik me de pleuris - het onderbeen heeft twee keer zijn normale omvang. Twee gaten erin, maar de broek is heel. Top materiaal die armybroeken! Het been is aanleiding voor een ophoopje om mij heen. EHBO, wordt er geroepen, en 112 willen ze bellen, wat ik beleefd afsla, al lijkt die EHBO zo'n slecht idee niet. Maar hoe kom ik daar en waar blijft mijn fiets? "Ik fiets wel even naar het werk en ga vandaaruit langs de EHBO", bedenk ik. Suf, maar ik realiseer me nog niet dat ik helemaal niet in staat ben om nog te fietsen. We krijgen allebei mobiele telefoons in handen om iemand te bellen. Heb ik recht op één telefoontje? Alles wordt steeds waziger eigenlijk. Ik ga in de auto bij twee onbekenden, ik bel mijn werk dat het wat later wordt vandaag. Iemand heeft mijn fiets op slot gezet. Waar is het sleuteltje? Ach, bij een behulpzame man in de jas gegaan. Dat zal toch niet dezelfde behulpzame man zijn die later op de ochtend de afgesloten fiets in zijn garage heeft gezet zonder daar politie of mij even van te verwittigen, no? Nee, zulke aasgieren zijn de mensen niet. Ik krijg na enig aandringen het sleuteltje terug, pak mijn spullen en ben op weg naar het ziekenhuis. De pijn is stekend en het trillen wil maar niet stoppen. Gelukkig rookt de bestuurster van de auto ook.
Drie peuken later: EHBO. Dat lijkt heel niet op zo'n kekke ER-serie, denk ik dan nog. Later besef ik pas dat het er best druk was. Ik moet een aantal vragen beantwoorden, waaronder of ik recent in aanraking met varkens of ander agrarisch vee ben geweest, en als dat niet het geval blijkt - ik moest er een beetje om grinniken - mag ik meteen door. En dan is het: wachten. Ik kijk naar de EHBO-screensaver, ik kijk naar de klok. Ik kijk naar mijn sneue been. Ik check mijn elleboog, die kennelijk uit een verdoving is ontwaakt en nu ook begint te steken.
Goed, gekneusd, vocht, drukverband, tetanusinjectie. Ik krijg weer een telefoon in handen en bel iemand die me naar mijn fiets terug kan brengen; lijkt me een puik plan. Ik vind mezelf best wel cool als ik zeg: "He! Heb jij vanochtend toevallig al iets te doen?"
Want ja, je denkt zelf heel beheerst en relaxed te zijn he! Spullen netjes opgeraapt. Fietssleuteltje terug weten te krijgen! Geen hysterisch geween vertoond. Werk verwittigd. Kalm en doordacht de juiste handelingen verricht.
 In werkelijkheid word je door je eigen geest bedot van jewelste! Alleen al de ontkoppeling van lichaam en geest - en dat hysterische trillen waar je helemaal niets tegen kunt doen! Kou die door je lijf trekt. En dan - volstrekt irreële verwachtingen over het verdere verloop van de zaak: even langs de EHBO, terug naar de fiets, naar het werk! HAHAHAHAHAHA!!! Niet, dus! Feitelijk was ik al ziek gemeld voor ik zelf doorhad dat het ietsje meer was dan een stom ongelukje. En mijn chauffeur brengt me naar huis, niet naar de fiets. Waar de hond zit te wachten, en zou het dan toch waar zijn dat je dieren zulke dingen voelen? Het arme beest is helemaal klam, de vacht voelt mottig als wanneer ze ziek is, de oren liggen plat, ik word begroet - heel voorzichtig!- alsof ik uit de dood ben herrezen. Een uur later is de vacht weer normaal, maar de hond blijft nog de hele dag aan me gekleefd als een te dicht passerende scooter.
In de middag word ik gebeld door de politie. Politie? Ja, die is er dus bijgehaald nadat ik al onderweg was naar het ziekenhuis. Het hysterische meisje blijkt krasjes op haar scootmobiel te hebben en wil mij aansprakelijk stellen! Dat komt eigenlijk goed uit, want mijn fiets blijkt een fikse slag te hebben en ook ik heb dus zo wat aansprakelijkheden voor te leggen...
Zestien blijkt ze. Waarschijnlijk net haar eerste scooter.
En dan is het uitzitten: de pijn, die almaar toeneemt, de elleboog, die gesplinterd lijkt, of in ieder geval gemeen gekneusd, de zwellingen die maar niet wegtrekken, en buitengewoon interessante verkleuringen van diverse lichaamsonderdelen, die ik gefascineerd aanschouw.
Er wordt niet meer gefietst deze week...
En als ik op zaterdag voor het eerst weer de fiets stap, blijkt die weliswaar netjes hersteld, maar ook niet meer in balans. Verdomd, mijn puike fiets-van-de-zaak, de meest stabiele die ik ooit heb gehad, en nog geen vijf maanden oud!
Dus dan strompel je door de supermarkt en ik heb nog meer de pest aan de anderen die daar ook zo nodig moeten rondhangen dan anders. Ouwe vent duikt in m'n nek bij de pinautomaat: "Ik waarschuw je! Ik kan zo meelezen wat je pincode is!" Ik vraag hem om afstand te houden. Ouwe vent beledigd. Anderen blijken weinig geduld te hebben met rondkreupelende klanten - ze behandelen me alsof ik niet alleen kreupel loop, maar meteen ook een slag in mijn brein heb opgelopen! Fuck man, gaat het zo altijd als je permanent gehandicapt bent? Niet normaal!
 
Het zal nog wel even duren dus voor alles weer bij het oude is, en opstaan met de gedachte "zo, nu weer genoeg geweest, hop" blijkt niet te werken. Nog papieren invullen ook, en een kopie maken van dat waardeloze politieverslagje waarvan ik me afvraag in hoeverre die wouten eigenlijk de taal beheersen - nauwelijks, als ik op dat ding af moet gaan.
We hebben niet eens de krant gehaald. Dezelfde dag liep er een naakte vent over straat en raakten verscheidene mensen slaags - die wonnen. 
 
Lees meer...   (18 reacties)
In "Huis Clos" [1944] schreef de existentialist Jean-Paul Sartre : "L'enfer, c'est les autres". Op zekere dag moest ik voor een onderzoekje waar bloed prikken aan te pas kwam, naar het zogeheten "Diagnostisch Centrum" hier ter plaatse. Dat centrum is bedoeld voor allerlei zaken die de huisarts niet uitvoert en die te licht zijn om ziekenhuizen mee te belasten. Het is gevestigd in een van buiten prachtig oud pand - een héél oud pand. Het bleek dan ook ernstig in verbouwing toen ik er kwam. En dan kom je binnen en alle "autres" blijken daar ook te zijn, in een ruimte die nog het meest weg heeft van een oudoostbloklandische wachtruimte van een station waar de trein nooit arriveert. Het meubilair is zodanig dat niemand gemakkelijk kan zitten - en de wachttijden variëren van een uur tot enkele uren - je vraagt je af waarom er ûberhaupt gebruik wordt gemaakt van afspraken. De muren zijn verschoten wit, de vloer is witzwart gespikkeld jaren-zeventig semi-marmer, het licht komt van TL-buizen die de aanwezigen zo ongunstig mogelijk belichten. En ze waren doorgaans al niet zo lekker. Frisse lucht is ondenkbaar.
Je dient je allereerst te melden bij de balie; een strook breed & lelijk waarop ouderwetse computers en waarachter de norse en overbezette wachters van dit helsche voorportaal. Hier leg je je individualiteit neer en wordt een naam die bij een formulier hoort. Na zuur afgegeven toestemming je te voegen bij de massa, probeer je een vrije stoel te vinden met zo min mogelijk fysiek contact met anderen aan benen, armen en rug, wat niet meevalt. De voorbereide helleganger heeft eigen leesmateriaal bij zich; de rest moet het doen met aftandse, beduimelde en bevlekte roddel- en damesblaadjes. Maar de doorsnee bezoeker leest ook niet; hij klaagt. Hij klaagt over alles waarover maar te klagen valt. Hij reageert jaloers en woedend als anderen die na hem kwamen, eerder worden opgeroepen. Hij wijdt omstandig uit over intieme zaken waarvoor hij hier is; elk denkbaar falen van het menselijk lichaam heeft hier zijn ongemakkelijke zetel. Er is een automaat die van elke bestelling die je intoetst dezelfde onherkenbare ondrinkbare drab maakt - dat zal je leren op kosten van de gemeenschap om koffie of thee te vragen.
Na minimaal een drie kwartier in deze positie word je opgeroepen. Je verdwijnt in het gat dat leidt naar een afbrokkelend labyrint van gangen en kamers, waar je wordt onderworpen aan tests en fotografie, bloedaftap en andere afnames. De beulen in het labyrint hebben het al JAREN gehad met al die zeikerds uit het voorportaal en dat laten ze merken ook. Na een eerste ronde schoppen ze je hun kamertje weer uit om opnieuw plaats te nemen in het voorportaal; omdat je op de terugweg niet wordt begeleid, zul je gegarandeerd verdwalen in de krochten van het centrum. Niemand die je mist. Het wachten wordt hervat. Een junk flipt uit, een slachtoffer komt terug om zijn verdwenen sleutels, een verband lekt bloed, een familie allochtonen ontvangt familielid twaalf en dertien, je hebt geen leesvoer meer. De balie sluit. En je wacht. Je wacht. En wacht. Dan mag je nog eens het labyrint in voor een rondje bloedprikken. Hoewel de naald nieuw is en meteen in de naaldenbox verdwijnt na gebruik, maakt de hele omgeving dat je toch visioenen van enge ziektes overgebracht door besmette materialen krijgt. Je betwijfelt of je bloed wel bestemd is voor onderzoek of mogelijk rechtstreeks naar de citybank voor beschaafde vampiers wordt gebracht. Immers, als je niet zelf contact opneemt met de executeur die je hierheen stuurde, nog wel zonder dat je daarom gevraagd had!,  hoor je never ever meer iets van de gedane onderzoeken.

En als je dan eindelijk dat hellegat mag verlaten, heeft de wereld buiten iets van zijn glans verloren; de zon schijnt, maar je hebt het koud; de mensen verspeiden zich, maar de massa daarbinnen kleeft je aan als volgepoept stro uit een slecht onderhouden varkensstal.

Stel je voor dat je hier wel naar binnen mag, maar nooit meer naar buiten.

Ach, Dante! Had je deze cirkel gekend!
 
 
[Dit is een stukje uit april 2006 dat ik toevallig weer tegenkwam, dus niet nieuw - ik wilde het toch delen ]
Lees meer...   (11 reacties)

De orthopeed verdenkt mijn been van compartimentsyndroom.
Ja, zo keek ik ook!
Laat ik dus even een paar stappen terugzetten.

Eerder dit jaar werd ik ondersteboven gescooterd door een puber die mijn jas ervan beschuldigt te lang te zijn om fatsoenlijk te kunnen passeren op een tweebaansweg zonder noemenswaardig verder verkeer; zij moest wel op een afstand van minder dan twintig centimeter langs mij af scheuren en kwam daarbij jammerlijk vast te zitten in mijn jas, het arme kind. Zij stelde mij dan ook onmiddellijk aansprakelijk voor de door het ongeval ontstane krasjes op haar scooter. Zeg niet dat de jeugd geen daadkracht meer heeft! Loshangende jassen op de fiets, dat zou verboden moeten worden.
Enfin, hierover heb ik al het blog “Ongeval”[archief juli] geschreven; dit is eigenlijk een vervolg daarop.

Want toen de slijmbeursontsteking aan de elleboog eenmaal aan de beterende hand was en het onderbeen er niet langer uitzag of het aan het afsterven was en ook weer zijn normale omvang kreeg, werd pas duidelijk dat die achterpoot allemachtig veel pijn blééf doen. Terug naar de huisarts dus. En weer, en weer, en nog maar weer. Een eerste conclusie was “spier- en zenuwschade”. Die beschadigde zenuw[en], dat was dus de brandende cirkelzaag die me ’s nachts wakker hield. Uiteindelijk een pilletje gevonden dat het branden reduceert tot een smeulend vuurtje. Maar het been wilde nog steeds niet. Op naar de fysiotherapeut, die eerst eens lekker littekenweefsel ging loswerken en me daarna aan de oefeningen zette. Pfff, twee maal weeks een half uurtje opstappen, afstappen, gewicht duwen, loopband; bejaardengym – maar wel kapot na dat halve uurtje bejaardengym en het zweet in de schoenen. En weer goed leren lopen. Want in de toen drie maanden na het ongeval bleek ik een perfecte manier van pijnvermijdend maar absoluut verkeerd loopgedrag ontwikkeld te hebben. Dus dat werd voet afrollen, knie buigen, poot niet stijf houden, doorbuigen. Moet je eens proberen om bij elke stap die je zet, na te denken over hoe je die stap op de juiste manier zet – als je té diep nadenkt, val je bijkans om! Maar het hielp, ik liep weer zoals de homo sapiens behoort te lopen.
Alleen: bij het “goed” lopen verging ik nog steeds van de pijn; de verleiding om pijnvermijdend “fout” te lopen was nog steeds bijzonder aanlokkelijk, zeker als het om langere afstanden of het ontwikkelen van snelheid ging. En uiteindelijk bleek de baat van de fysio om te slaan in verslechtering; de klachten namen weer toe.
Daar kwam dus de orthopeed om de hoek. Die mocht gaan kijken of er misschien nog wat anders aan de hand, heuh, het been, was. Zo zie je wel nog eens wat van de wereld!
M’n peut verdacht het been van iets aan de meniscus en iets aan de kruisbanden.
De huisarts verzuimde de verwijzing door te sturen, dus ik mocht helemaal zelf vertellen wat er aan het been mankeerde. Dus uh, nou, eh. Het steekt. Het brandt. Het prikt. Het krampt. Het verstijft. Het voelt alsof er een stugge ijzeren plaat aan de voorkant zit die drukt op de spieren, zenuwen en botten, en bij een te grote stap lijkt het alsof het been doorzakt en het wordt instabiel. Ik kan alles, maar niet te lang en niet te snel. Er fladdert iets binnen in het been en er straalt iets uit naar de zijkanten. Na rust gaat het meestal even goed. In de loop van de dag wordt het steeds minder en zet het weer wat op ook. Maar pijnvrij is het nooit, niet bij beweging en niet in rust. Altijd is er het been dat brandt, tolt, draait, steekt, prikt, ijzelt.

Ik herinner me de eerste gewaarwording van de pijn na het ongeval nog goed. Nadat ik was opgestaan en maakte dat ik van die weg af kwam, kon ik al niet meer dat been gebruiken, maar het was pas minuten later dat het echt begon. Het voelde alsof er een lading ijs aan de binnenkant van mijn been omlaag sijpelde. En daarna begon de pijn. Klappertandende, huidbevriezende, scheurende pijn. En been ineens twee keer zijn normale omvang. Later kreeg het fascinerende kleuren in het zeer donkere spectrum. Dat heeft er nog wéken zo uitgezien. Rotten.com was er verguld mee geweest!

In de loop der maanden is het een beetje een alien been geworden. Het leidt een apart leven. Als ik in bed ga liggen, is er mijn lichaam en het been. Het lichaam laat zich nauwelijks gelden; het been eist alle aandacht. Als ik beweeg, vergt het opperste concentratie om dat goed te doen, en omdat ik er niet als een debiel bij wil lopen, probeer ik zorgvuldig elke stap te zetten zoals dat hoort. Behalve als er niemand kijkt. Dan houd ik lekker de poot stijf, ren de trap af met steun op de armen, sleep, en smokkel bij het fietsen.

Nu heeft iedereen wel iemand in zijn omgeving die iets aan de meniscus of kruisbanden heeft gehad of nog heeft, dus dat eerste vermoeden was een reuze gezellige uitwisseling van ervaringen en symptomen.

Komt die orthopeed aanzetten met een zeer stellig ‘compartimentsyndroom’.
Een WAT?
Compartimentsyndroom.
Doen we er even wat tekeningetjes bij!

 

 
 

Dus, je onderbeen bestaat uit vier ‘kamers’. Die kamers hebben een muurtje van bindweefsel en bot. In de kamer heb je spieren, zenuwen, bloedvaten, en uh, ruimte. Door excessief sporten of door een trauma [ongeval bv.] raakt die kamer vol met bloed en de beschadigde weefselen/spieren/zenuwen raken ook nog bekneld. Na verloop van tijd is het bloed weer afgevoerd, maar bij zo’n compartimentsyndroom blijven die spieren en zenuwen bekneld raken als je in beweging komt. Dan zet het weer op, ofzo. Dat maakt wel duidelijk waarom je een tien [fietsen], vijftien [lopen] minuten redelijk vooruit komt en dan einde oefening ervaart.

Helaas heeft nog niemand ervaring met die compartimenten dus gezellige uitwisseling van ervaringen en beleving zit er niet in. Maar misschien zijn er wel bloglezers die het kennen. Laat je gaan, stort je ervaringen hier neer!

De volgende stap [o, haha] is naar een andere specialist die een drukmeting in de kamers gaat uitvoeren. En dan, zei de orthopeed blijmoedig, maken ze een afspraak voor welke operatie het meest geschikt is.
  Operatie???
Um nou ja soms gaat het ook met rust wel over.
Hum nou goed, zes maanden na dato lijkt die optie van rust niet echt realistisch meer.
Maar het is een operatietje van niks. Ze maken één of twee incisies in “de stugge omhulling aan de voor- en buitenzijde van het onderbeen”. Dan neemt de druk in de kamers af. Net als een ventieltje dus. Happily living ever after.

Zo ver is het nog niet [date met drukmeting over drie weken] dus misschien gaat dit blog helemaal nergens over, maar ik moest het toch even kwijt. Want als op zeker moment je leven beheerst wordt door Het Been… Dan moet je schrijven over Het Been. 
 
 
Bron illustraties en definitie: http://www2.sport.nl/
Lees meer...   (30 reacties)
Zondagmiddag, de mooiste en warmste dag van de lente tot nu toe, dus wat doe je dan? 
Juist, je gaat de tuin in voor de Moeder aller Tuinklussen: het oude riet moet gerooid, het nieuwe riet begint al behoorlijk op te komen.
Er staan vier enorme bossen riet tegen de muur in mijn tuin, en elk jaar groeit het hoger. Inmiddels staat het ruim drie meter hoog. Het is prachtige muurdekking en blijft tot ver in de herfst groen. Daarna komen er bloeiende aren in en zo mag het nog tot in de lente blijven staan ruisen en kraken.  
Maar dan moet het toch echt gerooid. En dat is voorwaar geen simpele klus. 
Riet is onbedaarlijk taai spul, wat bovendien splintert als je probeert het te knippen of zagen.
De eerste jaren gebruikte ik handsnoeischaren. Dat kostte een snoeischaar per jaar. O ja, en na het eerste jaar was ik zo snugger om werkhandschoenen te dragen. De splinters maken gemene wondjes die rap ontsteken. Sinds het derde jaar bedek ik ook de armen. Evengoed zie je er na afloop nog uit of je met een wilde boskat hebt gevochten.
Nu heb ik een takkenzaag, die de klus aanzienlijk beter klaart. Ik blijf dromen van een kettingzaag maar om onduidelijke redenen wil men mij die niet kado doen. En kettingzagen vind ik nu typisch zoiets wat je niet zelf koopt, maar kado krijgt!
 
Goed, eenmaal gewapend tegen de splinters en met een gedegen stuk gereedschap, is het een kwestie van systematisch bos na bos, tak na tak zo laag mogelijk afsnijden. De wereld om je heen verwordt tot rondvliegend stro, de grond raakt bedekt met droge rietstengels, de hond wil er persé bij zijn maar MAG NIET vanwege het verwondingsgevaar, de zon zakt lager aan de hemel, het zweet staat in je schoenen, je nek, op je rug en armen  - kortom je lééft!
Na een uurtje of twee zwoegen begint dan de volgende klus, niet minder omvangrijk: al die losse stengels moeten bijeen gebonden worden.
Kon dat in de eerste jaren nog in één, twee bossen, nu zijn het er vijf. Vijf dikke bossen rietstengels van gemiddeld drie meter lengte.
Dat breng je niet even op de fiets naar de milieustraat, dus ook daarvoor moet weer een oplossing worden gezocht. Het liefst zou ik de hele zooi verbranden . Het zou de buurt weliswaar vet onder walmende rook zetten, maar dat wijkt niet af van het effect van de dagelijkse barbeque van mijn buren en lijkt me dus toegestaan. Wat me tegenhoudt, is de vraag of dit eenmaal brandend nog onder controle te houden is...
 
Er staan nu nog twee bossen van een veel verfijnder soort riet. Ik noem het voor het onderscheid maar "mijn chineesjes".  Mijn chineesjes waren eeuwig groen. Waren, want sinds vorig jaar zijn ze eeuwig bruin en dat oogt toch minder feestelijk. Niet dat ik discrimineer op kleur maar dit riet is gewoon niet bruin bedoeld!
Die neem ik even mee, denk ik deze zonnige en nu ook stoffige middag.
Blijkt het chinese riet zo mogelijk nog taaier dan het gewone riet!
Blime!
Dat staat er dus nu nog... laterrrrr!!
 
Ach, had ik maar een afnemer voor al dat mooie riet! Dan zou dit zwoegen zelfs een dieper doel dienen dan de verfraaiing van mijn tuin!
Riet, anyone?
 
Nog even tijd voor bezinning. Denken aan die oude Chinese spreuk over buigzaam riet in de wind dat alles doorstaat en star onbuigzaam riet dat breekt bij elke windvlaag.
Euh.  
 
Enfin, met een laatste tevreden blik op de weer toonbare tuin, eerst onder de douche, en dan aan de avondhap en -borrel, want eerlijk verdiend!
Een gevoel wat ik na een week lang straf administratief arbeiden op kantoor eigenlijk zelden heb.
Maar misschien is dat werk toch wel zo comfortabel...
 
Lees meer...   (24 reacties)

Op de dag af elf maanden na het ongeval is dan toch de diagnose gesteld. De MRI-scan, “die zeker niets op zou leveren en dus geheel overbodig was” heeft duidelijke afwijkingen aangetoond aan de enkelbanden, en botoedeem: vocht in het bot.

Niet operatief behandelbaar; behandeling bestaat uit fysiotherapie en langdurig NSAID’s – Diclofenac dus met bijbehorende maagbeschermer. En tijd, véél tijd. “Een zeer pijnlijke en zeer langdurige zaak” zei de orthopeed, en omdat er al bijna een jaar voorbij is, vroeg ik uiteraard hoe lang langdurig ongeveer zou zijn: "een jaar… twee jaar… als je maar goed voor ogen houdt dat het ooit over zal zijn… misschien nog een beetje langer maar blijf hopen." Die eerste elf maanden tellen niet mee.
 
Terug naar de diagnose. Hoe de hel komt er vocht in een bot?
“O maar dan weet ik wel wat er gebeurd is” zegt de fysiotherapeut, en hij pakt er de voet van Hein bij. Hein is het geraamte in de fysioruimte waar ik graag een babbeltje mee maak tijdens de rustpauzes. Bij de klap is in plaats van een breuk aan de buitenkant van het bot een kneuzing naar binnen ontstaan. Daarmee is een beschadiging [allang niet meer zichtbaar] opgetreden waardoor vocht in het bot kan komen. Dit geneest maar heel moeizaam en is, jawel, zeer pijnlijk. De ligamenten [enkelbanden] hebben een immense ruk gekregen waardoor die niet meer fatsoenlijk de druk opvangen waarmee je op je voet steunt. Met als gevolg dat je nauwelijks op je voet kunt steunen zonder te verrekken van de pijn, elke keer als de onderkant van het enkelgewricht raakt aan het aangedane bot. Bij elke stap dus. Bij vrijwel elke beweging dus.

Werd me ineens veel duidelijk. Waarom met de voet gestrekt kracht zetten wel kon en de voet strekken zowieso verlichting geeft. Waarom een simpel tikje links of rechts langs de enkel direct leidt tot verscheurende pijn. Waarom het lopen met krukken de eerste aanzet tot verbetering was: eindelijk viel de druk weg. En waarom de NSAID’s baat hebben.

Daar is een lange, dure, beschamende weg aan vooraf gegaan. Beschamend voor de heren specialisten, durf ik te zeggen. Want vanaf het prille begin heb ik exact aangegeven wat de klachten waren, waar de pijn zit, wat voor pijn het is, wat wel en niet mogelijk is met lopen, en welk onderzoek ik wilde omdat ik zeker was dat daar duidelijk zou worden wat er aan de hand – heuh, voet -  was.
Een résumé. 


Om te beginnen de dag van het ongeluk zelf. Toen ik nog aan mijn collega’s doorbelde dat het wat later werd omdat er iets met mijn been was. Op dat moment had het onderbeen al twee keer de normale omvang en kon ik er niets meer mee; klappertandend van de pijn ben ik naar de EHBO gebracht. Omdat alles nog kon bewegen, werd besloten tot een drukverband, rust, hoog houden en pijnstillers. Al rap daarna ben ik de eerste keer naar de huisarts gegaan vanwege een fel opspelende elleboog en een almaar zwarter wordend, niet in omvang afnemend, debiliserend pijnlijk onderbeen. Het duurde een paar weken tot de diagnose voor de elleboog werd gesteld – slijmbeursontsteking – en het been moesten we nog even aankijken. Dat deden we; met gepast afgrijzen voor een been dat vrijwel helemaal zwart was verkleurd. Na een week of zes begon de frequente inloop bij de dokter, want alles bleef maar bij hetzelfde en de pijnen bleven even hels. De dokter, een AIO, had diep ontzag voor omvang en verkleuring voor het been maar besloot telkens weer om het nog even aan te zien, tot ik eiste mijn eigen huisarts te spreken te krijgen. Ondertussen al een reeks van pijnstillers achter de kiezen, oplopend in sterkte en werking.
Toen waren we al een maand of drie verder. 

Nog steeds zag het been eruit of het aan het afsterven was, wat de dokter dezelfde uitroep ontlokte als de fietsenmaker die mijn fiets twee maal ter reparatie kreeg: “ZO! DAT moet een KLAP zijn geweest!” Dat moet het inderdaad zijn geweest, want het punt is dat ik niet weet wat er met mijn been is gebeurd. Ik weet nog dat ik na een lange sleurpartij uiteindelijk mijn stuur moest loslaten, heel hard vloekte, en daarna – wel, daarna was ik overeind, en maakte dat ik van die leipe weg afkwam. Scooter en scooterbitch stonden toen al op de stoep. Het lijkt erop dat ik toch even uit de wereld ben geweest. In de eerste week merkte ik wel dat ik zeer onzorgvuldig was zonder het direct te weten; ging de hond uitkreupelen met de deur open, zette het gas aan zonder vlam, een pan zonder inhoud op het vuur – dat soort dingen. Ik begon zinnen die ik niet af kon maken. Alles in een tunnel van pijn.

De dokter diagnosticeerde zenuwbaanbeschadiging, waarvoor Tramadol werd voorgeschreven, en besloot me naar de fysiotherapeut te sturen. Dat hebben we een paar weken volgehouden maar na een eerste verbetering werd het weer slechter, tot verder oefenen niet meer mogelijk was. Toen werd besloten de gang naar een specialist te maken om verder te kijken wat er mogelijk aan de voet was. Met een aanvraag voor een MRI-scan.
Inmiddels was het december. 

De orthopeed liet botfoto’s maken. Daar was niks op te zien. Hij stuurde me naar de sportarts voor een drukmeting, op verdenking van een compartimentsyndroom. Alle symptomen klopten dus ik was al overtuigd dat we de oplossing nabij waren, maar: de drukmeting was niet afwijkend, hoe hard de geïrriteerde drukmeterspecialist ook zijn best deed. Het was ook eigenlijk veel te laat voor die meting; die hoort vrijwel direct na zo’n ongeval plaats te vinden. De sportarts wilde trouwens die meting helemaal niet laten uitvoeren. Hij veegde alle voorgaande onderzoeken en geschiedenis gevoeglijk van tafel want dat was allemaal maar onnutte informatie en “ach, wat weet zo’n fysiotherapeut nou”. Hij was eigenlijk van mening dat het allemaal wel zou komen door het verkeerd afrollen van de voet en wilde me een zooltje in de schoenen laten aanmeten. Dat zonder me ook maar een stap te hebben zien lopen. Wel zette hij me letterlijk in mijn hemd en ging daarna nog een kwartiertje naar een andere patiënt, en eenmaal terug moest nog een telefoongesprek worden gevoerd, dus van het totale consult heb ik die eikel misschien tien minuten werkelijk gesproken. Ik las later dat dit een gerenommeerd sportarts is waar sporters uit heel het land naar toe komen. Nunja: ik ben geen sporter en met mensen in zwarte kleding hebben ze op die afdeling duidelijk geen ervaring; ik werd behandeld als een vreemde afwijking van de menselijke soort. Gerenommeerd of niet, onbeschofte botteriken van zijn kaliber ben ik nog maar zelden tegengekomen.

Ik weigerde het zooltje, zegde de vervolgafspraak met deze arrogante idioot af en keerde terug naar de orthopeed. Die wist het niet meer want het bot was in orde. “En de weke delen dan? Die kunt u toch ook in beeld brengen?” Ach, dat was naar zijn mening nergens goed voor. Ga maar naar de pijnpoli.

Nu wilde ik best naar de pijnpoli en de zaak laten platspuiten, graag zelfs, maar ik wilde wel eerst weten wat we dan gingen platspuiten. Ik heb dus een second opinion aangevraagd.

Ook de tweede orthopeed liet eerst maar eens botfoto’s maken. Dat was natuurlijk al gebeurd maar ja, we vergeten even wat er allemaal al is geweest. Ik moet zeggen dat ondanks mijn scepsis, deze orthopeed uiteindelijk wel degelijk verder heeft gekeken dan zijn tunnel breed is. Na de botfoto een radiografie van het bot. Niets zichtbaar. De orthopeed zag wel ‘shin splints’ bevestigd, concludeerde botvliesontsteking, en zette me per ommegaande vier weken in het loopgips en terug aan de NSAID.

Na vier weken gips kon ik weer helemaal niet lopen. Maar de pijn van knie tot enkel was inderdaad verdwenen. Nu enkel nog de enkel.

En toen besloot de second-opinion-orthopeed dan toch maar tot het laten maken van die MRI, ook al verwachtte hij nadrukkelijk helemaal niets daarvan. Tien maanden na het ongeval. Drie weken wachten op de uitslag.Ondertussen fysio en “het mag best pijn doen”; OK dan! Zelf al helemaal geen hoop meer dat die langverwachte scan inderdaad iets op zou leveren. Verwijsbrief naar de pijnpoli zelfs al bij me gestoken om direct na het [laatste] bezoek aan de orthopeed een afspraak te maken. Platspuiten die handel!

Tijdens het wachten in de spreekkamer kon ik mooi de scans bekijken die al op het beeldscherm van de specialist waren geplaatst. Heheh. Zo vaak zie je de binnenkant van je enkel niet! En kijk, precies op de pijnpunten vlekken, da’s ook sterk.

Dan komt de goede man binnen en hij vraagt hoe het gaat. Mjah: ik merk sterke verbetering in de fysio omdat de combinatie Tramadol-Diclofenac me in ieder geval in staat stelt de oefeningen uit te voeren. Voor het overige zit de pijn nog precies waar hij al die tijd gezeten heeft.
Er zijn inderdaad afwijkingen gevonden op de scan” zegt hij dan. “U bent dus niet gek!”
Nou kan daar over gediscussieerd worden maar we houden het even in de context.
Ik denk dat ik de diepste zucht van het afgelopen jaar heb geslaakt. 

Maar geen operatieve mogelijkheden, dus ik moet het weer eens helemaal zelf doen. Ik zal de brandende electronische enkelband mogelijk nog jaren houden. Als ik moe ben, ziek, gestressed, het weer omslaat, of zomaar zonder reden, gaat de band tekeer als een kleine energiecentrale die me het lopen zonder kruk vrijwel onmogelijk maakt. Normaal is de band hanteerbaar maar altijd aanwezig. De fysio is geïntensiveerd om de banden en spieren te versterken en zo de druk van het gewricht af te halen. De medicijnen mag ik houden zolang en zo sterk ik zelf ondervind dat nodig is. De vanzelfsprekendheid van gewoon lekker lopen is er niet meer; elke stap is een oefening. Mijn grootste ontspanning, met de hond bos en veld in, is dus mijn grootste oefening geworden. En voor baldadig lekker op de fiets naar een bekende een dorp verder word ik genadeloos afgestraft.

Het zij zo. “Aan het eind van de lange tunnel is licht”, sprak de orthopeed ten afscheid.

Vond je dit een lange blog? Heeft het je misschien wel tien minuten gekost het te lezen? Het heeft mij ruim 335 dagen, 8040 uur, 482.400 minuten gekost om hier te komen. Het ongeluk duurde misschien een minuut, twee minuten. Wachtijden in de specialistenruimtes wil ik niet eens meer uitrekenen. Het langste half uur was trouwens de tijd dat ik het been helemaal stil moest houden in de scanner. Het been heeft de neiging te trekken en steken en ik beweeg het voortdurend in andere houdingen. Dat mag niet in de MRI-scanner.

Ik zeg tot slot enkel dit: sinds de dag van het ongeval besef ik dat het zomaar ineens over kan zijn met je leven zoals je dat tot dan toe hebt gekend. Je kan verongelukken en niet meer opstaan. Je kan verongelukken met schade die vele malen erger is dan mijn enkeltje. Ik heb trouwens geluk gehad dat ik mijn hoge kisten droeg die dag. Met ander schoeisel was zeer waarschijnlijk het hele gewricht verbrijzeld. Ik kan nog steeds niet door het verkeer zonder permanente staat van lichte paniek, en ik zie dagelijks bijna-ongelukken door stompzinnig gedrag van medeweggebruikers die zichzelf geweldig stoer vinden met hun twee of vier gemotoriseerde wielen onder de reet. Ik stel voor dat iedereen eens ruim gaat inhalen in plaats van rakelings te passeren; bochten neemt in plaats van ze af te snijden; stoplichten respecteert en mede-weggebruikers evenzeer. En als je altijd maar haast hebt, vertrek dan gewoon eens wat eerder van huis. Het leven is te kwetsbaar om mee te spelen.  





Lees meer...   (67 reacties)

Eén van de frustrerendste aspecten van inwendige schade aan het lichaam is het gegeven dat je de pijn niet zichtbaar kunt maken. Iedereen weet wat pijn is maar pijn is voor bijna niemand hetzelfde. Zeg ik dus dat mijn been pijn doet, dan kan men wellicht begripvol knikken, maar wat betekent het?
Is het jouw zeurende kies? Is het de hand die je wegtrekt van een hete bakplaat? Is het die pijn in de kop waarvoor je een paracetamolletje neemt?
Specialisten en therapeuten werken wel met een schaalmodel. Van nul naar tien mag je dan zeggen hoeveel pijn je voelt. Maar de therapeut weet niet wanneer jouw gevoel hoog of laag scoort, hoeveel je kan hebben, wanneer je echt van ‘pijn’ begint te spreken.
Ik heb inmiddels ruim dertien maanden tijd gehad om alle soorten pijn te analyseren die mijn been sinds het ongeluk teisteren en op de een of andere manier levert dat op zichzelf best fascinerend materiaal op. Ik ga op zoek naar de kleur van pijn. 

De meest bizarre pijn en tevens een unieke was het doorbreken ervan op het moment van het ongeval zelf. Na het zwart, het even helemaal niets, was er ineens een ongekende scherpe sensatie alsof er vertraagd een ijsberg door mijn onderbeen scheurde van knie naar enkel, in ijsfragmenten uiteen sijpelde, en meteen daarna, na de scheuring, brand. Mijn been werd gekliefd door een brandende ijsberg. Dit is het soort pijn waarvan je tanden gaan klapperen, het is allesoverheersend, er is niets meer dan de pijn – zelfs jijzelf bent er even niet. Deze pijn heeft geen smaak, geen geur, geen vorm; het is zwart.

Pijn kan branden, steken, trekken, vlammen, zeuren, boren, krampen, schrijnen, prikken, kloppen, drukken, verlammen – en ze zitten allemaal in mijn been. De pijn van botoedeem ligt dicht tegen die van zenuwschade. Ze zijn bijna niet van elkaar te onderscheiden, tenzij je veel tijd met beide doorbrengt. Dan merk je dat botoedeempijn een net wat doffe ondertoon heeft die de zenuwpijn ontbreekt. Dat zenuwpijn scherper is en rechtere banen volgt, terwijl botoedeem als een harnas om het lichaamsdeel heen ligt. De combinatie van die twee soorten pijn bij elkaar verlamt letterlijk. Alles staat in brand, gaat tekeer, tolt en giert, de spieren ontvangen geen bevelen meer, het bot lijkt van was. Ik zou hem dofrood tot paars kleuren.

Zenuwpijn op zichzelf is een gemene. De uiteinden van de kapotte banen zenden allerlei signalen uit maar er is geen ontvangst en alles wordt in het wilde weg in het rond gestuurd. Dat gaat rondzingen en totale verwarring en oversturing in de receptoren is het resultaat. Chaos. De spieren trillen, trekken en krampen, zenuwen overal in het lichaam raken overactief; vingertoppen kunnen geen druk meer verdragen, de maag trekt zich samen. Tanden klemmen op elkaar als wolveklemmen. Je ziet niet meer goed, je hoort niet meer, je ondergaat de aanval en meer kun je nauwelijks doen. Geef ik deze een kleur, dan noem ik hem – blauwrood. Maak er alle soorten blauw van die je kent in een bont palet, gemengd met vuilrood. Hij smaakt en ruikt ook blauwzwart-rood: als geronnen bloed.

Beschadigde enkelbanden zijn beschaafder in hun uiting. Hun vervelendste eigenschap is dat ze bij vermoeidheid gewoon stoppen met meedoen. Dan gaat het been slepen, de voet valt bij het lopen omlaag. De pijn treedt op als je dan toch doorgaat met het optillen, neerzetten, afrollen zoals het moet. Een bruine pijn. Lokaal, in tegenstelling tot de voorgaande soorten.

Beschadigde spieren en pezen schrijnen vooral. Alsof er met een grove schuurmachine langs is gegaan. Vuilwitte pijn. Een beetje gelig-wit is ook het optreden van plotselinge kou, alsof een deel van de huid met ijswater in contact komt. Kriebelig geelwit.

Toen de fysiotherapeut ontdekte dat de zenuwen in de voet niet adequaat reageren op prikkels, kreeg ik als huiswerk het stimuleren van die zenuwen door middel van bijvoorbeeld een borsteltje, nagels, een veer. Nagels en veer geven een lichte kriebel, het borsteltje [nadat ik het uit de bek van de hond had gered] een onaangenaam grauwgrijs gevoel en het massagerollertje wat ik toevallig nog had liggen zorgde voor zo’n explosie van kramp en pijn dat ik er vrijwel onmiddellijk weer mee ben gestopt. Ik merkte overigens zelf al langer dat er een delay lijkt te zitten tussen de opdrachten die naar de voet gaan en de uitvoering daarvan. Daardoor val ik om of struikel als ik me niet concentreer op het lopen. Op een verhoging staan om iets te pakken is dus tricky, want er is een moment waarop je bezig bent met wat je pakt en je aandacht is even van het staan afgeleid. Dan donder je dus om.

De voet heeft verder de neiging om in een kramp te raken. De kramp heft een stuk van de pijn op maar veroorzaakt weer een nieuw soort pijn, al is die voor korte tijd best goed te hebben. Ik ben tijdens het lopen en fietsen vaak bezig met de tenen uit een kramp te halen, maar als ik moe ben dan laat ik het zo. Al vanaf het begin is een ietwat schuine stand naar binnen toe en omlaag de minst pijnlijke houding. Alleen mag dat natuurlijk niet van de specialisten. Optillen, neerzetten, afrollen, beweging afmaken.

Het is bizar hoe zo’n beschadigd lichaamsdeel een eigen leven lijkt te leiden. De eerste maanden was het eigenlijk niet eens meer mijn been. Het was ‘het been’. Het deed maar wat, ik had er nauwelijks iets over te zeggen. Dankzij fysiotherapie en medicatie kreeg ik weer controle over de beweging, en dempt de pijn, maar het heeft zijn kuren. Om de een of de andere reden komen de vlijmende pijnscheuten en de krampen vooral in de middag en doet bot en zenuw liever ’s nachts zijn dans. Afwisselend is het wel. Sinds de oefening met de massageroller is ook de voet volop betrokken in de oneindige kleurendans. Het prettigste moment van de dag is het opstaan: soms duurt het wel een kwartier voor het weer echt losbreekt in het been. En de momenten tussen slapen en waken, als het lichaam nog slaapt maar de geest al alert is – dan ligt de pijn te sluimeren, en je zou willen dat je daar kon blijven in dat schemergebied. Gewichtloosheid is goed voor het been. Geen druk. Geen beweging. O ja, en ijszakken – ik kan werkelijk uitkijken naar het gestrekt zitten op de bank met de ijszakken die ik verplaats van pijnpunt naar pijnpunt, en soms ook op het goede been leg als dat wat overbelast is geraakt gedurende de dag.

Er zijn mensen die menen dat pijn een levensles is, een soort karma waar je iets uit kunt of zelfs moet leren. Ik heb het idee overwogen en verworpen. Er schuilt geen les in voortdurende pijn. Het is gewoon een stom ongeluk met fysieke gevolgen en daar moet je mee leren omgaan; ik heb geleerd hulp te accepteren als dat nodig is en dat ik beperkt ben in mijn bewegingsvrijheid, maar ik zie geen ‘diepere les’ in de pijn zelf, hoe ik het ook bekijk. Het is een opgave om te leren leven met constante pijn die bovendien niet steeds hetzelfde is maar voortdurend in beweging, van kleur veranderend, van positie wisselend. Masseer je het ene pijnpunt dan komt het op een andere plaats weer op; ga je daarheen, dan trekt het naar achteren, ben je achter, dan schiet het de tenen en voet in. Probeer je het te negeren, dan merk je dat dat onmogelijk is. Het been eist aandacht, schreeuwt om aandacht, moet steeds weer van stand wisselen, wil recht, wil gebogen, wil bewegen, wil rusten, doet het zelf wel.

Maar ik heb de tijd. Ik leer het wel. En soms wou ik dat ik een schilder was en heel dat felle en modderige kleurenpalet van alle vormen van pijn kon vastleggen op doek, en het zo kon beheersen. Misschien leuk voor aan de muur bij de orthopeed. Of de peut. Of de letselschadeverzekeraar. De prijs? Onbetaalbaar. 

 
Lees meer...   (31 reacties)
Ik had me juist aangemeld bij een acupuncturist voordat ik geheel instortte. Geen dag te vroeg dus. De week voor de afspraak heb ik me moeten voortslepen. Heb dan ook niet zoals ik normaal zou doen, tevoren alles tot in de kleinste details onderzocht op het wat en hoe, geschiedenis en resultaten. Het was gewoon: waarom ga je niet eens naar die-en-die acupuncturist, waarschijnlijk kan hij wel degelijk iets voor je betekenen. En ik dacht laat ik dat dan maar doen zo onderhand. Met de fysio was ik juist gestopt. Ook dat ging even niet meer.
 
Dezelfde week zat ik ook bij de huisarts, voor het eerst in lange tijd, voor een update over het been en het bespreken van een ander probleem wat me ineens aan alle kanten begon te nekken: vergeetachtigheid en vallen. Dat ik sinds het ongeval met grotere regelmaat dan ik mezelf zelfs wilde toegeven, dingen vergeet als deuren afsluiten, gas aansteken [ook als de knop al open stond] of juist gas uitdoen, lichten liet branden, dat soort zaken. Maar dat ook mijn omgeving begon te morren. Dat ik niks onthield en - op het werk - dat ik dingen niet meer oppakte, vrolijk om informatie kwam vragen die al lang & breed besproken was. Mijn functioneren werd kortom in twijfel getrokken en dat was minstens zo pijnlijk als dat hele k**been bij elkaar. Want wat doe je eraan? Je neemt je voor om nog beter op te letten. Je verzint nog meer ezelsbruggetjes om te onthouden of je iets al gedaan hebt of niet. Je hangt lijstjes op, stuurt jezelf herinneringsmailtjes, plakt geeltjes. Je gaat jezelf een stommeling vinden. En stilaan neemt de energie daarbij af, steeds meer. Het is al hondsvermoeiend om dag en nacht met die fysieke pijn te dealen, het wordt er niet beter op als je merkt dat andere dingen ook niet meer gaan zoals ze moeten gaan - en dat je daar op afgerekend wordt.
 
Het vallen was een ander probleem maar ook dat is na het ongeval ontstaan. Deels komt het doordat het been nog steeds niet betrouwbaar is. Zonder stok ga ik er snel doorheen. Ook de beweging is nog steeds niet soepel; het vergt al mijn concentratie om goed te lopen. Sta ik dus ergens op om iets hoogs te pakken, let ik even niet op hoe ik sta, donder ik van de kruk. En zo ben ik dus al heel wat keren gevallen; van trappen, stoepen, krukjes, zelfs op een vlakke vloer en deze week nog maar eens een flinke duik gemaakt met de fiets bij een poging te stoppen voor de Sp!ts-uitdeler op het station.
 
Dan ben je dus al flink afgemat en bont&beurs en dan gaan er ineens mensen om je heen op de moeilijke toer - emotionele toestanden, beschuldigingen waar je niks mee kan, 'partijen'.
En je hond begint te spugen en stopt daar vier dagen lang niet meer mee.
Zo was de situatie dus. Ik was het liefst in een hol onder de grond gekropen voor een paar maanden.
 
Met de huisarts afgesproken alsnog naar de pijnpoli te gaan. Misschien kunnen ze daar toch locaal de beschadigde zenuwen verdoven en als ik van de helaas nu onontbeerlijke tramadol af zou zijn zou dat al een heel stuk kunnen schelen in de bijkomende klachten.
 
En vandaag dan voor het eerst naar de acupuncturist.
Ik weet in ieder geval dat ze de mens niet als een verzameling losse kwalen bekijken maar als geheel. Ik weet iets van de yin en de yang en de elementen. En dat de acupuncturist met naaldjes doet wat de voetreflexist doet met zijn handen: blokkades opheffen, banen vrijmaken, waardoor van alles weer gaat doorstromen en het lichaam zichzelf weer kan gaan genezen.
 
De intake is dan ook gericht op het verkrijgen van een volledig beeld van jou. Wat ik interessant vond, was dat er dingen zijn die ik voor mezelf niet wil weten of negeer, en dat die acupuncturist er toch de juiste vragen over gaat stellen door het beeld wat hij kreeg uit de informatie die je wel wist. Dat wekt absoluut ook mijn vertrouwen trouwens.
Ik kwam niet zozeer voor het been als wel voor de vergeetachtigheid en het vallen. Als ooit het been minder idioot pijn gaat doen zou dat buitengewoon aangenaam zijn, maar op dit moment is dat eigenlijk niet eens mijn belangrijkste doel. 
 
Na de uitgebreide intake kreeg ik tot mijn verrassing ook al de eerste behandeling. Een specialist zou hier onderhand een maandloon voor vangen; de kosten zijn naar mijn mening dus eigenlijk laag, zelfs als je het zelf moet ophoesten [mijn vergoeding van de zorgverzekering is onderhand aan de fysio wel opgegaan].  Ik kreeg voor het eerst de beroemde naaldjes in m'n lijf gestoken. Een stuk of vijf, zes. Dat valt reuze mee. De enige plaats waar het echt voelbaar was, was waar nog een blauwe plek zit van de valpartij op het station. Deze acupuncturist doet Chinese acupunctuur [daar zijn kennelijk verschillende methoden in, maar dat moet ik nog eens uitzoeken] en ook laseracupunctuur: ik kreeg tevens een stuk of acht laserneedles geplaatst. Daar voel je al helemaal niks van, maar de laserneedle die op een tattoo was geplaatst, begon bij activering wel te prikken, waar ik erg om moest lachen. Nu blijkt de inkt van de tattoo het laserstraaltje niet goed naar binnen te laten; om die reden kunnen gekleurde mensen moeilijk behandeld worden met laseracupunctuur!
 
Dan lig je daar zo een minuut of tien met de naaldjes wat te liggen. Nu en dan voel je hier of daar wat en verder luister je naar de Chinese band die op de achtergrond een muziekje verzorgt. Best relaxed.
 
En ter afsluiting volgden nog adviezen voor levenstijl en voeding.
Ook kreeg ik een potje kruiden mee. Er zit ginseng in en astralagus.  
 
Het wordt geen wonderbaarlijk genezingsverhaal, daarvoor heb ik zowieso veel te lang gewacht. Het zal tijd gaan kosten. Ondertussen zal ik dus ook de pijnpoli contacteren. In hoeverre het been met de acupunctuur ook zal verbeteren, weet ik nog niet; daar is de behandeling nu nog niet op ingesteld. Eerst de rest. Neen - eerst het geheel.  
 
Toch heb ik nu al meer hoop dan ik in tijden heb gehad. Dieper dan het zwarte gat waarin ik onverdacht was terecht gekomen, kon ik niet meer zakken. Nu is het tijd voor de weg terug. 
Lees meer...   (27 reacties)
Update time! En ik maak er even een nieuw blogje van, dus voor wie dit als eerste leest: in Body/Needles & Pins in het archief van oktober staat het eerste deel. Het zou ook wel kunnen heten "naar de acupuncturist".
 
Na een korte terugval weer een week van wonderbaarlijke vooruitgang! De zenuwpijn is nog verder teruggezakt in hevigheid. De interval tussen pijnpillen is nu ruim een etmaal geweest. Geen drie, geen twee, maar één Tramadol op 24 uur [Diclofenac retard 1x daags]. De stabiliteit in de enkel is fors toegenomen. Het tempo in lopen en fietsen ligt voor de helft van de tijd bijna op normaal niveau [ik was altijd een snelle dus ik houd het nu maar op gemiddelde snelheid].
 
Het zou geen holistische geneeswijze zijn als niet stiekem meer dan alleen de fysieke gesteldheid aan de orde kwam en ik heb dan ook stof om hevig over na te denken. Daarmee komt wel een zekere angst dat als ik "de boodschap van mijn lichaam" niet goed begrijp, de pijn verhevigd zal terugkeren maar daar wil ik het eens met de naaldenman over hebben. Mijn eerste, tweede en derde reactie op de suggestie dat pijn en ongeluk iets is om van te leren, roept bij mij, net als bij waarschijnlijk veel mensen, een onmiddellijke weerstand op met een hoog "don't bullsjit me" gehalte, en ik weet nog niet zo zeker of je niet gewoon dingen leert door wat je overkomt of dat je dingen overkomen omdat je iets te leren hebt [ik neig sterk naar het eerste] maar dat doet er misschien minder toe dan het gegeven dat je iets leert van wat je overkomt.
 
Wat kan ik op dit moment noemen wat ik heb geleerd door de gevolgen van het ongeval? Dat je niet overal controle op kunt hebben bijvoorbeeld. Dat je nog zo gedisciplineerd kunt zijn maar dat je daarmee nog steeds niet alle onheil kunt bezweren. Dat je dus soms dat 'controle willen hebben' moet kunnen loslaten en gaan met de stroom. Dat je niet alles kunt bezweren met de kracht van je wil. Talloze malen stond ik op met de krachtige wil dat er nu genoeg pijn was geweest en uit met die flauwekul, maar mijn poot zei iets anders en daar had ik niks over te zeggen. Evenmin over de snelheid waarmee 'die flauwekul' nu wel genoeg was geweest. Stap voor stap en zelfs teen voor teen moest dat herstel komen. Zelfs het erkennen dat er überhaupt iets aan de hand, heuh het been, was, was een stap die nog gezet moest worden. Als ik er nu aan terugdenk hoe ik in de eerste week na het ongeval gewoon dacht te kunnen doorgaan met wat ik altijd had gedaan... zonder stok, zonder pillen, maar wel met een hond die me omvertrok, deuren die wijd open bleken te staan, puur uit wilskracht gelopen en kapot bij terugkeer. Doorgaan in ontkenning is zinloos. Ik wist dat er iets niet goed zat in dat been maar ik wilde er niet aan. IK wilde die controle. IK wilde bepalen wanneer ik wel of niet kon lopen of fietsen. En uiteindelijk bleken er tijden waarin ik geen van beide nog kon maar de bus in moest, wilde ik ergens komen; door anderen vervoerd op tijden dat anderen dat bepaalden.
 
En daarmee komt meteen het tweede leerpunt boven water: "hulp accepteren". Nog moeilijker dan erkennen dat er iets mis is waar je geen controle over hebt. Weer: doorgaan en net doen of je alles kan. Kon niet. Eerst moest alles verdwijnen tot het zelf boodschappen doen toe voordat het weer langzaam opgebouwd kon worden. Trappen lopen, spullen dragen, klussen, van punt A naar punt B komen, een deur door gaan met iets in je handen. Ik ben een enthousiaste rugzakdrager geworden trouwens. Vond ik altijd een beetje suf maar je hebt wel je handen vrij! De verkoper van de daklozenkrant die uit zichzelf te hulp schoot elke keer als ik met de boodschappen de winkel uit kwam en die zooi op de fiets moest krijgen. Hulp nodig, IK? No way!
Toch wel. En daar is helemaal niks mee, 'hulp accepteren'. Het is geen verlies van waardigheid of zelfrespect. Het is niets anders dan hulp aanvaarden en er zijn een hoop mensen die die hulp zomaar uit zichzelf bieden. Het maakt jou als mens niet minder waard als je hulp van een ander accepteert als je die simpelweg nodig hebt. Het maakt je evenmin 'afhankelijk' als 'minder waardig'. Het geeft je een kans op interactie met anderen vanuit een positie die je van je leven niet zelf gekozen zou hebben maar het is niet iets om op neer te kijken. Hulp nodig hebben en die afwijzen, dat is stom. Dat is contraproductieve trots! 
 
Luisteren naar je lichaam. Voor mij was het altijd 'mind over matter' maar soms is het gewoon 'matter over mind'. Ik ben hardleers dus het moest zover komen dat ik door de pijn helemaal niets meer kon dan de pijn ondergaan en wachten tot het minder werd. De combinatie van zenuwpijn met botvliesontsteking bleek voor mij pas de "pas op de plaats" om eens te gaan luisteren naar wat het lichaam vertelde. Het zei: ik MOET rust krijgen. Er is geen pil die die rust kan vervangen. Wil je doorlopen ondanks de zenuwpijn? Best, maar er is meer aan de hand en nu krijg je er een ontsteking bij door overbelasting. Wil je NOG STEEDS niet luisteren? Wat jij wilt. Dan donder je toch gewoon om de haverklap van je voeten. O, ga je meer pillen slikken? Ga ik meer bijwerkingen genereren. Donder je niet alleen om de haverklap om maar kun je je aandacht nog geen minuut meer focussen. BLIJF JE NOU NOG STEEDS DOORGAAN??? Dan doen we een totale system crash. Full stop.
Hardleers, huh?! Natuurlijk begint genezing in the mind, maar pas nadat je hebt erkend dat die één is met the body. Het lichaam moet gevoed, moet beweging, moet rust, alles op zijn tijd. Je kunt dat heel lang negeren maar er komt een moment dat je het verliest. En guess what?! Het is geen OORLOG! Het is jij als geheel, body, mind & soul. Elk konijn weet dat maar jij moet zo nodig eerst het hele konijnehol door storten om daar achter te komen. Ja en dan breek je onderweg wel eens wat. Volgende keer even eerder stoppen?
 
Ben ik nou een absolute zweefkees geworden? Dacht het niet eh. Ik heb enkel op een doordringende manier een paar lessen geleerd en waarschijnlijk heb ik nog steeds het nodige te leren. Het verschil is dat ik nu mijn best doe om te luisteren. En om dat verdomde ego eens opzij te zetten. Lopen met een stok is niet sexy of interessant, het is stomvervelend en het roept vragen op waar je helemaal geen zin in hebt en het maakt je zichtbaar weerlozer. Lopen zonder stok als je die wel nodig hebt is dom. Is dat nou zo moeilijk?
Nou, voor mij kennelijk wel want ik heb zestien maanden nodig gehad om daar achter te komen.
 
Een laatste punt is het omgaan met pijn. Ik was als [ex]migrainelijer wel wat gewend, maar migraineaanvallen zijn tijdelijk en dat weet je. Die zenuwpijn was er dag & nacht, onophoudelijk. Bij vlagen zo hevig dat er niets meer bestond dan de pijn en dan weer even wat minder, maar altijd op de voorgrond bij alles wat ik deed. Ik heb regelmatig moeten denken aan het sprookje van de kleine zeemeermin, die uit liefde voor haar mens koos om benen en voeten te krijgen maar daarvoor wel een hoge prijs betaalde: altijd op spelden te lopen, op brandende naalden van pijn. Bij elke stap. Toen ik naar de naaldenman ging, zat de zenuwpijn in elke stap, en door het hele onderbeen. Dat werd tijdens de behandelingen steeds verder teruggetrokken tot het slechts vanuit de enkel en voet nog kwam. Toen deed ie een trucje waardoor dat weer ging 'doorstromen' en het gevolg was terugkeer van de pijn in het hele onderbeen. En pas DAARNA nam het helemaal af, ook in de voet en enkel. Ik heb feitelijk zestien maanden lang tegen de pijn gevochten, met alle medicatie en oefeningen en alles wat maar nuttig leek. Maar pas - en nu gaat het zweven - toen ik de pijn accepteerde en besloot mijn levenswijze aan te passen aan de pijn, werd de pijn minder. Acceptatie. Luisteren. Daar begint de genezing.
 
Ik ben er nog lang niet dus ook dit lange blog is niet "en Wolf leefde nog lang en gelukkig". Het is een proces. Ik hoop met mijn ervaring en het weergeven van dat proces misschien anderen te laten zien  waar ze het mogelijk zouden kunnen zoeken. Misschien wordt hun proces daarmee een beetje verkort. Dat zou tof zijn want een leven in pijn is letterlijk helsch.
Then again, ieder moet zijn eigen weg gaan.
Lees meer...   (17 reacties)
Zo, laat ik het nieuwe jaar eens flink op de zweeftoer beginnen. Skepsisten, opgelet: met waar ik nu over ga schrijven, heeft Skepsis in de laatste twee magazines grondig de vloer aangeveegd. Lees niet verder als je je mateloos ergert aan lieden die er dan toch voor gaan.  
 
Allerereerst een update over de stand van zaken met het been.
Vooruitgang! Werkelijk buitengewone vooruitgang!
De pijn: is zoveel verminderd dat de Tramadol nog maar eens in de 24 of zelfs minder uur nodig is en dan uitsluitend nog 's nachts. En met die ene pil neemt de pijn dan ook echt zodanig af dat het nauwelijks nog het noemen waard is.
 
Door het verdwijnen van de ergste pijn kon ik het been gaan belasten zoals de bedoeling was. Immers, de spieren in de enkel moesten de uitgerekte enkelbanden ontlasten, maar zolang ik door de pijn het hele onderbeen dus ook de spieren niet kon gebruiken, was dat domweg niet mogelijk. Nu wel. Dat betekent: herwonnen stabiliteit!
Het gaat nog niet als een soepele beweging, de voet heeft neiging te doen of het een platvoetje is, en over langere afstanden gebruik ik nog de stok - of als ik in zicht van vreemden moet lopen, want het voelt nog onzeker en feit is dat het allemaal wat sneller en soepeler loopt mét stok. Maar ik oefen zonder stok en dat gaat steeds beter. Ik val in ieder geval niet meer om zonder stok, maar ik moet me wel blijven concentreren.
 
Fietsen en lopen is ten minste verdubbeld in duur en snelheid. Fietsen blijft een opgave, lopen gaat al bijna zoals vroeger - dan bedoel ik dus lopen in het bos met de fiets aan de hand. Fijn voor de hond, die wel wat gewicht kwijt mag raken na een jaar slow-motion uitlaten.
 
De naaldenman is enkele weken geleden begonnen met een nieuw onderdeel van de behandeling: triggerpoints. [Overigens, fysiotherapeuten kennen dit begrip ook en behandelen middels massage].
De behandeling bestaat uit meerdere acties. De minst leuke is die tijdens de acupunctuurbehandeling; hij zoekt namelijk het pijnlijkste punt van de verstoorde spieren en steekt daar de naald in. Als hij zegt "dat viel mee he!?" en je beaamt dat, dan weet ie dat ie nog niet goed genoeg zit en gaat draaien aan die naald tot je écht piept. Verrot pijnlijk. Onvoorstelbaar effectief. Maar je komt niet dansend van de behandeling vandaan.
Het tweede deel van de triggerpointbehandeling doe je zelf. Je moet gaan masseren - precies hoe wordt je geleerd door de behandelaar - en wel bij voorkeur minimaal drie keer per dag, wat ik zelden haal, maar twee keer lukt me dan nog wel. Je merkt zelf heel snel het verschil tussen het eindeloze wrijven wat je steeds maar deed om de pijn en druk te verlichten of de triggerpointmassage. Wrijven helpt zolang je maar blijft wrijven. Triggerpointmassage heeft een veel langer en dieper effect. 
 
Bij de laatste behandeling kreeg ik nog een nieuw middel ter beschikking: een soort sigaar van moxa.
Het ziet eruit als vuurwerk en het stinkt als baarlijk slechte hash. Goed ventileren is geen luxe als je hiermee aan de slag gaat!
Wat doet moxa? Het geeft een intense infraoodwarmte af bij het branden, en dat branden gaat héél langzaam. De warmte gaat veel dieper dan de warmte van een infraroodlamp. Je beweegt de brandende punt van de moxasigaar langzaam langs de gevoelige delen van het te behandelen lichaamsdeel. In mijn geval: op en naast het scheenbeen, rondom de enkel en delen van de voet. Voor de scheenbeen-botvliesgebieden, die om niks hevig geïrriteerd en om iets meer vrij rap ontstoken raken, heb ik nog steeds dagelijks diclofenac, dus ik ben benieuwd of ook de diclofenac afgebouwd kan worden als de moxa aanslaat.
In eerste instantie voelde het moxagedoe zéér prettig! Mij was gezegd de helft van de sigaar op te branden, maar dat heb ik niet gehaald. Bij eenderde van de sigaar was het niet meer prettig maar werd het eigenlijk erg onaangenaam en binnenin het been begon het steeds harder te draaien en wervelen. Daar ben ik gestopt. Bij de triggerpointmassage wordt gezegd dat het "prettig" pijn mag doen maar niet onaangenaam, en hetzelfde geldt voor de moxa-behandeling.
Ben nu twee uur verder en het been is uiteindelijk rustig geworden, zij het gevoelig gebleven. Ik had het moxa-gebeuren expres op de zondagavond gepland omdat na een weekend met boodschappen doen, veel en lang wandelen met de hond, langdurig in de keuken staan en feitelijk weinig rustmomenten, het been graag hevig wil opspelen. 
 
Wat het verder ook doet, moxa is door de geur een probaat anti-schoonmoedermiddel. Als je bezoek verwacht wat je liever kwijt bent, ga dan even lekker met moxa branden!

De prognose: met een maand of drie zou alles zodanig op orde moeten zijn dat volstaan kan worden met een 'onderhoudsbeurt' van tijd tot tijd.
 
Hulde aan de naaldenman! 
Lees meer...   (9 reacties)
In de nog immer voortdurende strijd tegen de gevolgen van het ongeval op mijn onderbeen [zie verschillende entries in de rubriek 'body'] zijn we een nieuwe weg ingeslagen: stroom d'rop! .
 
De acupuncturist kan naaldjes onder stroom zetten en zo heb ik er al eens een paar op mijn kop gehad [wie dacht dat je er met een paar naalden in je been vanaf komt, heeft het mis].  Het was niet buitensporig onaangenaam maar evenmin prettig; na die behandeling was het been twee dagen hevig overstuur om vervolgens voor dagen aaneen helemaal stil te zijn - voorwaar een goede winst!
Op het been zelf krijg ik, naast de standaard naalden, electrostimulatie met plakkers. Jawel, een TENS-apparaatje dus.
Oktober vorig jaar had ik de keuze om me bij de pijnpoli te vervoegen en ik had toen al zelf de TENS in gedachten, maar vanwege weer een nieuwe ronde intakes, specialisten en ziekenhuisbezoek, heb ik gekozen voor de alternatieve behandeling door de acupuncturist - een keuze waar ik nog steeds geen spijt van heb. Er is goede vooruitgang geboekt. Al met al is het evenwicht in de poot nu heel redelijk, de functionaliteit enorm toegenomen, de beweging soepeler en afgerond. Alleen de resterende pijn nog, en het feit dat kracht zetten met dat been [of zwaar belasten door gewicht] stomweg niet mogelijk is.
 
Maar het been gedraagt zich onvoorspelbaar. De ene keer is de eerste helft van de week na behandeling puik en zwakt het rap af in de tweede helft. De andere keer andersom. Denk je net dat het aan vochtig weer ligt, blijkt het bij droog & warm weer minstens zo heftig tekeer te gaan. Die stomme poot houdt zich gewoon niet aan de spelregels.
 
Enfin, dan is de naaldenman dus met electrostimulatie aan de gang gegaan. Ik krijg zes plakkertjes op m'n been en daar gaat vervolgens de stroom op. Het resultaat is verbluffend: je komt kreupel  van de pijn binnen en je gaat springend naar buiten. Nah - bij wijze van spreken dan  .  Binnen een half uur zijn zenuwen en botvlies gekalmeerd en dat effect houdt relatief lang aan. No pills!
 
Ik reageer dus goed op electrostimulatie!  En ik heb nu het apparaatje te leen, zodat ik het zelf kan toepassen. De bedoeling is dat doordat ik nu vaker dan eens per week kan electrocuteren, de vooruitgang doorzet en de acupunctuurbehandeling kan worden verminderd. Ofwel de acupuncturist is me beu ofwel hij heeft echt hart voor zijn klanten .
 
Sinds de laatste behandeling heb ik drie maal zelf mijn poot onder stroom gezet en het bevalt me uitstekend. Als je zelf de knoppen bedient, kun je trouwens veel meer stroom hendelen dan als een ander dat doet. Ik heb er veel plezier in de stroom geleidelijk zo hoog op te voeren als ik maar verdragen kan. Eat that, leg!   De behandeling duurt een half uur. Aan het eind van dat halve uur geeft het apparaat een dusdanig dom jingeltje af dat ik er als de kippen bij ben om enige seconden voor afloop zelf de stroom uit te schakelen - na de eerste keer liep ik nog een hele dag met dat duffe jengeltje in m'n kop! 
 
Het werkt. In mijn simpele, goedgelovige, lekengedachtengang was dat ook te verwachten. Net zoals ik wist dat de MRI-scan wel degelijk zou aanwijzen waar tenminste een deel van de bron der problemen lag.  Ik ben duidelijk wat alternatief ingesteld en het credo "bestrijden met gelijke middelen" ["as above, so below"] komt op mij niet onlogisch over. De zenuwpijn voelt alsof alles onder stroom staat. De botvliesirritatie voelt alsof er sterke, willekeurige stroomstoten door het been jagen. Die bestrijd je 'dus' met stroom.
Het effect van de TENS is vrijwel direct en beter dan welke pil dan ook. Het voelt bijna als een normaal been!
  
En dan krijg je weer hoop. De laatste tijd begon ik te denken dat misschien het been wel een heleboel vooruitgang kan boeken maar dat het niet meer - nooit meer - hetzelfde zal zijn als voor het ongeval.  
Ik weet niet of het ooit weer wordt zoals vroegah. Ik kan nog steeds niet springen of rennen. Ik kan geen zware dingen meer dragen en ik kan geen kracht zetten met dat been. Ik kan het forceren, zoals ik vrijwel elk weekend doe omdat ik nu eenmaal heel veel waarde hecht aan het wandelen in de bossen met de hond, maar daar betaal ik een prijs voor. Ik denk regelmatig dat ik die achterlijke stok nu wel thuis kan laten en weet na honderd meter dat dat een suf idee was. De laatste tijd heeft me dat een paar keer lelijk opgebroken en ik werd er geen aangenamer persoon van. Voor het eerst sinds het ongeluk ben ik woedend geweest. Niks 'zo gaan de dingen nu eenmaal'. Woede en opstand omdat zomaar een stomme puber me op zomaar een mooie zomerdag ondersteboven meende te moeten rijden en zij waarschijnlijk allang niet meer weet wie ik ben terwijl ik haar naam bijkans als een vloek hanteer. Woede omdat Fortis mijn electrische fiets heeft afgewezen terwijl ik nu eindelijk weer afstanden en snelheid kan maken met dat ding. Woede omdat mijn eigen letselschadeadvocaat elke maand duizend euro opstrijkt voor het beheer van mijn dossier maar niet eens de moeite neemt nog iets te ondernemen tegen het lange rokende zwijgen van de tegenpartij. 
 
Gelukkig duren die aanvallen van woede maar kort. Ik moet wel, want ook hevige emoties spiegelen direct in de pijn in het been. Dus dan kiep ik er maar weer een tramadolletje in.
 
Stroom dus. To be continued. 
 
Last but not least. Als je muziek speelt of luistert, dan tap je zonder nadenken met je voet. Dat deed ik vroegah met het nu slechte been. Toen al die verbeteringen begonnen, begon me ook op te vallen dat het been als een dood blok hout onder m'n knie hing. Als ik al eens probeerde te tappen, was dat een heel bewust proces: ik wil mijn voet bewegen op de maat van de muziek - signaal - delay - delay - tapje. Volgende tapje, zelfde procedure.
Ik vertelde dat de naaldenman, die een paar extra naalden in m'n rug plantte ["Dat viel mee he?" "Juh." JOEKEL "Mooi, NU zit ie écht goed""]. Na een paar keer is het dode-blok-hout-gevoel sterk verminderd. Er is nog steeds delay en ik moet nog steeds bewust aansturen, maar ik kan tappen, zij het niet helemaal in de maat en ook niet lang. Maar het is een vooruitgang!  
Lees meer...   (9 reacties)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl